Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
OP BEIS.
gaan evenwel, na geslapen te hebben, vroeg per trein nog
een eindje dieper den Haardstrang in, om nog iets merkwaar-
waardigs te beschouwen. Overal hebben wy schoone vergezich-
ten , het is overal bezaaid met fabrieken, de spoorwegen gaan
kris en kras door elkander en op eenigen afstand in de richting
van Werden zien wij een paleis liggen. Begrijpt gij, wie er
woont? Het is het huis van den Koning van Essen, het is
zooals men daar zegt: „die Krupp'sche Villa." Nu, de oude
heer kan het daar wel uithouden, en hij behoeft zich niet
te schamen, als Keizer Wilhelm, Moltke of Bismarck hem
komen bezoeken. ')
Ziet gü daar omhoog die ruïne wel op die kale bergpunt
aan den rand van het bosch ? Ziet, wat steil, smal pad voert
er henen. Het zal een overblijfsel zijn van een slot van één
of ander groot heer, die in de Middeleeuwen door een ander
is uitgeplunderd. En hier aan de andere zijde: ziet, wat
steekt dat landhuisje prachtig af tegen dat dichte dennen-
bosch! Hoe bevallig kronkelt zich ginds dat kalme water
door die vette graslanden; wat graast dat vee daar rustig!
Maar ziet dan toch eens hier, hoe lief, en daar hoe prachtig!
Wij hebben geen oogen genoeg. Wel nemen wij niet den
kortsten weg en geen sneltrein, maar wij moeten wat schoons
zien, en liefst niet te lang onder weg zijn.
Waar wij eigenlijk heen gaan ?
'tis waar; ik had het u niet gezegd. Moet het eene ver-
rassing zijn, of moet ik het maar zeggen?
„Umsteigen!" roept de conducteur al wel voor de derde
maal, en wij stappen weder uit, laten ons kaartje nog eens
knippen, stappen weder in een anderen trein, en rijden ver-
') De oude heer is, na wij dit Eohreven, verleden jaar overleden, en
zijn zoan is nu bezitter der fabriek.