Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 OP BEIS.
zindelijke bestrating voor de huizen en goed afgewerkte stoe-
pen voor ons eene behoefte zouden zijn. Overal zien wij meis-
jes en vrouwen met groote glazen of aarden kannen loopen,
die daarin bier halen of gehaald hebben, dat straks bij het
maal zal gebruikt worden. Zonder bier kan een Duitsch huis-
gezin niet smakelijk eten.
Xu wij wat in het ronde zien, verwondert het ons niet,
dat alles er niet wat zindelijker uitziet: overal rooken lange
schoorsteenen, rond om ons hooren wij locomotieven fluiten
en sissen; het blijkt ons, dat we het oord naderen, dat ons
van de meeste steenkolen voorziet. Wij zuUen straks gelegen-
heid hebben daar meer van waar te nemen. Gij ziet daar
ginds op dien heuvel die stellage van houtwerk wel ? Gij zoudt
meenen, dat het steigerwerk voor een reusachtigen toren is.
Het is evenwel de plaats waar eene mijn haar aanvang
neemt. Daar gaat men in en uit de myn en voert men de
losgemaakte stoffen naar boven. Ziet, als wij deze breede,
lange laan afgewandeld hebben, komen wij in het stadje
Muhlheim. Zoekt het op uwe kaart.
Links en rechts ontdekt gij uithangborden met opschriften
als: „BierhaUe, Trinckund Schenckwirtschaft, Weinwirtschaft/'
waarmede de bewoners dier huizen aan het dorstig publiek
bekend maken, dat hun dorst hier gelescht kan worden.
Willen wij eens even binnen gaan; een glas bier verfrischt,
en wij moeien nog verder. Treedt binnen, 't Is een burger
bierhuis. Terwijl wij ons aan den verkoelenden drank te goed
doen, merken wij op, dat de twee lange, smalle zalen met
banken en tafels geheel bezet zijn op eene wijze, als de ban-
ken in de school staan, 's Avonds zitten gewoonlijk aUe ban-
ken vol, dan wordt menig lit«r bier verorberd uit die kannen
van allerlei vorm, welke op gindsche planken staan. Hoe