Boekgegevens
Titel: Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Auteur: Bouwmeester, J.C.
Uitgave: Doetinchem: C. Misset, 1889
Opmerking: III. Op reis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5915
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203676
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vertellingen en rijmen voor knapen en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
OP EEIS. 7
wij medegeven, allerlei talen hooren wij spreken: Duitsch,
Fransch, Engelsch, HoUandsch alles door elkander. Lacht
niet om die dame, die zoo opzichtelijk gekleed is, of om
dien dikken en langen heer, die over zijn strooien hoed, een
zwarten dito getrokken heeft, en alzoo met twee hoeden op
één hoofd loopt, of om dien anderen, die met brood met vleesch
in de eene en een groot glas bier in de andere hand op een
drafje van het eene einde naar het andere van de wachtkamer
holt, om nog zijne laatste bevelen aan knecht en koetsier te
géven. Lacht niet, maar gij moogt het ook vrij doen, om die
vrouw met vier kinderen, waarvan de kleinste jongén, een
ventje van een jaar of vijf, ook een gedeelte van de bagage
dragen zal, bestaande in eene karaf, waarin limonade schijnt
te zijn, tot verfrissching gedurende de reis. Ongelukkig
houdt het ventje de karaf niet aan den hals maar aan de
stop vast, en, nu op het sein van den portier alles zich naar
den trein spoedt, en het knaapje zich ook in een klein drafje
zet, nu laat de stop, die nog al goed scheen vast te kleven,
los, en valt het gevulde fieschje op den grond. Bij elk on-
geluk is altoos een gelukje, en zoo ook hier; schoon een
gedeelte van den inhoud verloren gaat, blijft veel behouden,
nu de karaf niet gebroken is. Maar genoeg. Wij zien, wat
op de meeste drukke stations vooral aan de grenzen te zien
is; wij stappen in, en in vliegende vaart snellen wij langs
verschillende plaatsjes naar Empel en vervolgens naar Wezel.
Gaarne zouden wij hier even uitstappen, om te zien, of de
brug nog bestaat, die ons uit de geschiedenis bekend is, toen
Wezel werd verrast gedurende het beleg van 's Hertogen-
bosch; doch wij moeten verder. Wij rijden door eene vrucht-
bare landstreek, waarop vele menschen werk vinden, naar
Dinslaken en eindelijk Oberhausen.