Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
RS
92
Gent, Arntz en de medicus Thirj uit Brussel kwamen den
Senaat begroeten, en zij dankten den Pro-Eector van Lei-
den , dat bij de kiesche beleefdheid had gehad, bij de
opnoeming der vreemde landen, die aan Leiden professoren
of studenten hadden gegeven, België niet te noemen, want
België en Nederland zijn één in geest en in wetenschap ,
al zijn zij staatkundig gescheiden. — Thans liet Portugal
zich hooren; de heeren de Souza en Simóes, professoren
van Coïmbra, traden voor de tafel, en de Souza las een
wijdloopigen latijnsehen brief voor, waarin hij Holland
verheerlijkte. Hij behoefde niet te zeggen dat hij en zijn
vriend uit 't Zuiden kwamen; hun donker verbrand gelaat,
en de geheel zuidelijke tooi hunner staatsiekleeding — het
paarsch met geel afgewisseld — deed denken aan een meer
tropische kleurenpracht; zij vormden de sterkste tegenstel-
ling met de heeren van Helsingfors. — Eindelijk (last not
least) kwamen de eenvoudige, de vrije Zwitsers, Biederman
uit Zurich, Dor en Nippold uit Bern, Sieber en Heyne
uit Basel. Terwijl uit naam van Bern bij den brief ook
overhandigd werd een feestgave, een verhandeling van
professor Eettigh over het zoogenaamde pantheïsme van
Plato, deed Heyne in *t Duitsch voor allen het woord.
„Geen wonder was het" — zoo sprak hij ongeveer — „dat
Zwitserland en Holland één van gedachte en van gevoel
zijn. De Eijn, die hier dicht bij Leiden uitmondt, ont-
springt bij ons Zwitsers en hecht onze beide volken aanéén.
Altijddoor heeft er tusschen onze natiën een ruil en wis-
seling van geleerden plaats gehad. Uw Erasmus woonde
in Bazel en wij stonden op onze beurt gaarne onzen Vitri-
arius, onzen Weiss en onzen Wyttenbach aan u af. Eén
is er dien wij u hebben onthouden. Op het einde der
XVII® eeuw zou onze orientalist uit Zurich, J. H. Hot-
tinger, naar Leiden verhuizen; hij reisde van ons af, doch
verloor het leven, verdrinkend in de Limmat. Het is dus
een oude schuld die wij u te betalen hebben. Wij brengen
u thans zijn beeltenis."
En zoo vlogen de minuten, de seconden voorbij. Vlie-
gensvlug , vogelsnel moest alles geschieden.
Doch al die vertegenwoordigers der buitenlandsche Aca-
demies stelden op één zaak prijs, te buigen voor de Leid-
sche Hoogeschool.
En toen allen gebogen hadden en hun groet hadden
gebracht: toen op de tafel opgestapeld waren al die per-
kamenten rollen en boeken in sierlijk gekleurde wanorde