Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
geen vreemden, klonk het al den buitenlanders nit «jn
mond ; wij reiken niet als onbekenden, maar als bloeaver-
wanten u de hand. Immers Leiden was het bolwerk der
vrije wetenschap voor het gansche Europa der zestiende,
zeventiende en achttiende eeuw. Uw landen ga^en ons
mede onze hoogleeraren, zoo vervolgde de Vries — en
men begrijpt het gebruik dat de spreker met zijn melodieuse
stem van al die sonore namen onzer oude professoren wist
te maken —: Uw naties schonken ons in het verleden een
groot deel onzer studenten. Zes honderd Britten kwamen
uitsluitend om Boerhaave te hooren ; de Duitsche studen-
ten , ook van den hoogsten adel, zijn niet te tellen; van
de 70,000 leerlingen , waarop Leiden roem draagt, is een
groot deel buitenlanders. Daarom , omdat dit alzoo is, is
Leiden het uitgedrukte beeld van de EepubHek der Letteren
in Europa geworden. En daarom — zoo eindigde de re-
denaar — vieren wij ook üw feest, kwaamt gij in zoo aan-
zienlijk getal en van zoo verre.
De Pro-E.ector had gesproken, en thans had een tooneel
plaats , dat door de Hollanders , die het hebben bijgewoond,
niet licht vergeten zal worden. Al de Academies, die hier
in de Leidsche Senaatskamer vertegenwoordigd waren,
naderden nu één voor één in de personen hunner afge-
vaardigden hoffelijk de tafel, en legden de in rood maro-
quinen kokers gehulde perkamenten rollen of de in sier-
lijke boeken gebonden bladen op tafel in handen des Pro-
E-ectors neder: rollen en bladen waarop de heilgroeten
hunner academies stonden vermeld : en elke deputatie deed
dit onder het toespreken eener korte rede, meestal in de
Latijnsche taal. Nadat de binnenlandsche academies de rij
hadden geopend, trad in donkerblauwe toga Curtius uit
Berlijn, de beroemde schrijver der Grieksche geschiede-
nis, voor de tafel. Zijn fijne en nobele trekken — in
de verte herinnerend aan een antieke camee — duiden
hoogheid van geest en tegelijk soberheid en ingetogen-
heid aan. Een woord van lof in zijn mond weegt dub-
bel zwaar. In zijn Latijnache rede wees hij op het feit,
waarop ook reeds door de Vries was gezinspeeld, dat
Niebühr verklaard had, dat, uitgezonderd Griekenland
en Italië, geen plek den philologen heiliger was dan
deze Leidsche Senaatskamer. En Curtius bevestigde en
bezegelde dit woord door brieven van de Berlijnsche Uni-
versiteit en door een geschreven feestgroet van de Prui-
sische Academie van Wetenschappen. — Hem volgden de