Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
knikt elkander toe, Men begroet elkander bofielijk. Men
wandelt samen. Er rollen rijtuigen voorbij, waaruit vreemde
gezichten u aanzien , gestalten in sierlijke kleurrijke man-
tels gedost. En allen, zij die wandelen en zij die rijden ,
bewegen zich in één richting, zij gaan op naar dat oude
gebouw, dat midden op 't Eapenburg oprijst, naar Leidens
Academie.
Yóór het hek der Academie verdringen zich allerlei
zwartgetabberde gedaanten : uit de rijtuigen stappen daar
af de vreemd en bont getooide mannen, behangen met
ridderkruisen en in groot ornaat. In het portaal, in de
gangen, in de benedenkamers is het een verward gewoel.
De ruimten zijn niet groot, en zoo goed en zoo kwaad
als de engte het toelaat", vormt zich een optocht, om op
't gegeven oogenblik de breede trappen op te stijgen die
naar de Senaatskamer leiden. Het is een luisterrijke stoet
die hortend en stootend — ex improviso — zich daar
schaart. Immers op den brief van den Leidschen Senaat,
meldende dat haar Hoogeschool op 8 Februari 1875 haar
driehonderdjarig eeuwfeest zal vieren , zijn niet alleen de
mannen der vaderlandsche hoogescholen ter feestviering
verschenen , maar hebben Duitschland, Frankrijk, Gróot-
Erittanje, Oostenrijk-Hongarije, llusland, België, Zwit-
serland , Denemarken en Portugal de afgevaardigden hunner
hoogescholen gezonden. Het Duitsche rijk laat zich verte-
genwoordigen door achttien universiteiten : die van Berlijn ,
Bonn, Erlangen, Glessen, Göttingen, Greiswald, Halle,
Heidelberg , Jena , Kiel, Koningsbergen , Leipzig , Marburg,
München , Eostock, Straatsburg, Tübingen en Würzburg;
het zijn zesentwintig, Duitsche professoren , die op de roep-
stem van Leiden zijn verschenen. Frankrijk zendt uit Parijs
tien illustraties , deels leden van het Instituut, deels hoog-
leeraren. Uit Groot-Brittanje worden de academies van
Cambridge, Dublin en Londen door vier personen verte-
genwoordigd. Oostenrijk-Hongarije zendt vier afgevaardig-
den , en wel van de academies van Buda-Pesth , van
Praag en van Clausenburg. Uit Kusland hebben vier
hoogleeraren de reis herwaarts ondernomen, twee van de
academie van St. Petersburg, twee uit Helsingfors. België,
onze geliefde nabuur, zendt uit elk der drie academies
van Gent, Luik en Brussel twee vertegenwoordigers. Zwit-
serland benoemde vijf hoogleeraren , twee uit Bazel, twee
uit Bern en één uit Zürich, om ons geluk te wensehen.