Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
gen had hij zich zoo moe gevoeld, en een uurtje , nadat hij
was opgestaan was hij weer naar bed gebracht, en de
dokter was gehaald , en om kort te gaan, gij begrijpt het
wel. Nu was het Sinterklaasavond , en het lieve ventje lag
daar buiten op de begraafplaats in zijn kistje onder de
zwarte aarde. Of misschien , neen zeker . . . dat was toch
niet alleen de koorts geweest, als hij tot kort voor zijn
dood nog van grootvader sprak, die hem kwam afhalen om
samen naar Sinterklaas te gaan ? O die drie waren nu
zeker bij elkander en bij alle lieve menschen, die ooit op
aarde geleefd hadden en die nu daar boven leefden in
den hemel ! Maar in het huis waar de kleine eenmaal
speelde was het nu toch zoo stil en zoo leeg geworden ,
en vooral vanavond zag het er zoo vreeselijk verlaten uit.
Zijn speelgoed was opgeborgen, zijn stoeltje was ook weg-
genomen. Wat hielp het of er sierlijke meubels in over-
vloed waren gebleven ? „Maak mij arm kreet de moe-
der, „maak mij doodarm, maar geef mij mijn kind terug!"
En de vader staarde stom in het vuur. Hij had zich
zoo goed gehouden als hij kon. Hij had alles bedacht,
om de troostelooze moeder te troosten. Nu wist hij niets
meer. Groote droppelen verduisterden zijn blik , ook hem
zonk het hoofd in de handen en de krachtige man smolt
weg in tranen.
Laat hen uitschreien, die twee. Geen liefderijk God
wraakt hun klachten. Hij weet, straks zullen zij tot Hem
wederkeeren met stille gebeden, met heilige geloften , en
zij zullen hun kruis opnemen en het dragen , de een met
de andere, beiden beurtelings voor elkaar , zoolang het Hem
belieft, en éénmaal, wellicht wanneer zij jaren reeds ver-
zoend zijn met hun nooit vergeten verlies, dan zullen zij
ook heengaan en komen waar hun lieveling is.
Familie en kennissen.
H. P. G. QUAGK.
Een Akademiefeest.
Het bleek — toen wij 's morgens te Leiden uit het
venster zagen —• een heldere winterdag te zijn. De zon-
6*