Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
82
oever. Daar vergeten zij, althans voor een poos , in
nwe armen , "wat strijds zij al streden, wat leeds hun nog
te wachten staat! "Van hoeveel verborgen werken der barm-
hartigheid weet gij, ofi'ers der dankbaarheid van tot weldoen
bewogen beweldadigden, uitingen ook van een medelijden
geboren uit eigen ervaring van wat lijden is! Op üw
avondje, Sinterklaas, hoe menigeen die er opnieuw leert
dat het zalig is te ontvangen , hoe menigeen dat het zali-
liger nog is te geven.
Doch nu kom ik dan eindelijk eerst in ernst tot mijn
vertelling van : het was eens Sinterklaasavond en er waren
honderdduizenden gelukkige menschen, kleinen en groe-
ten, rijken en armen, maar daar waren er ook een paar
die voelden zich zoo diep, diep ongelukkig als een paar
menschen zich maar voelen kunnen. Niet dat het geen
fraai« kamer was, waar zij in zaten, hij naast den Engel-
schen haard, werktuigelijk bij tusschenpoozen in de lustig
brandende kolen pokende en dan weer in het vuur sta-
rende , doch zonder oog voor de wonderlijke altoos wisse-
lende gedaanten van de vlam ; en zij bij de tafel met de beide
ellebogen op het gebloemde kleed, het gelaat verborgen
in een zakdoek , natgeschreid en buiten machte om haar
zachte snikken te versmoren. Arme ouders! Hun kind,
hun eenige, hun prachtige jongen zou geen Sinterklaas
meer meevieren. En hij had er nog wel zoo op gerekend,
dat hij weer terdege meedoen zou! Al was het bijna een
jaar geleden, hij had zich herinnerd alsof het gisteren ge-
beurd was, hoe de bisschop uit Spanje in eigen persoon
was binnengekomen, precies zoo gekleed, as hij in de
prentenboeken stond, met zijn hoogen muts en zijn wijden
mantel en zijn langen baard , maar ofschoon Zijn Eerwaarde
een bril had gedragen , de oogen, die daar doorkeken had-
den meer geleken op de oogen van grootvader (die goedige
oogen, die nu ook al voor immer geloken waren). Zou de
bisschop dit jaar weer verschijnen en zouden zijn oogen
ook weer op die van grootvader lijken, en zou hij weer
vertellen van zijn verren tocht, en als dat dan uit was en
het versje was opgezegd en de belofte was gedaan van
altijd heel zoet te zullen zijn, zou Sinterklaas dan ook
weer dien grooten reiszak openmaken en wat of er dézen
keer wel uit komen zou P De vorige maal .... Zóó had
het kereltje gevraagd en gesnapt, honderd uit, en hij kende
het nieuwe versje al, en over veertien nachtjes nog dan
zou het wezen , had ma gezegd. Maar den volgenden mor-