Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
ling of in een beschouwing „over". . . Vergeeft mij, ik moet
weer terug tot waar ik mee begonnen ben.
Het was clan een Sinterklaasavond. mistig, nattig, kil,
maar in duizenden hartjes en harten brandde een lekker
warm vuurtje, dat de oogen uitschitterde en de wangen
hoogrood kleurde. Vooreerst waren daar de rijkeluiskin-
deren , die zich in de banketbakkers- en galanteriewinkels
rondom de rijk voorziene tafels en langs de sierlijk ge-
rangschikte uitstallingen verdrongen. Al mijn dagen, wat
wonderen waren daar niet te zien! Denkt maar uit wat
ge wilt; en ge zoudt het in suiker of chocolade vinden
nagebootst. Het gedierte des velds, de visschen en de
vogelen, ja de sterren des hemels, en dan natuurlijk de
mensch in alle mogelijke toestanden. Snoeperige zuigelin-
getjes in luiers of in wiegen, en niet minder snoeperige
jonge dametjes bij pianootjes met heusche muziek vóór
zich, en misschien konden de pianootjes wel wezenlijk spe-
len en behoefden ze alleen maar opgewonden te worden
met het sleuteltje dat er in stak, want alles was even na-
tuurlijk en ge zoudt zweren dat die herders in hun witte,
overhemden (van witte suiker) en met hun saffraangele
schaapjes (ge kondt de saffraan ruiken) ik zeg, ge zoudt
zweren , dat ze allemaal leefden. Doch wat was dit en nog
zooveel meer, ten minste voor iemand die gevoel had voor
grootsche afmetingen, bij de kolossale vrijers en vrijsters
die, met de goedmoedigste gezichten en de handen in de
zakken, stonden af te wachten wie hen straks meenemen
zou om Sinterklaas met hen te houden ? En nu het schouw-
spel dat de galanteriewinkels boden! Hier ontzinkt ons de
pen ! Dit was letterlijk de wereld in *t klein. Spoortreinen
en stoombooten vol met reizigers, omnibussen om hen af
te halen zoodra ze zouden aankomen, en komedies om er
hen naar toe te brengen en waar de acteurs alvast begon-
nen waren met een roerend tooneelstuk ; of gezellige huis-
kamers waar men reeds om de theetafel zat te wachten.
Sleperskarren om de goederen te vervoeren, over ophaal-
bruggen , naar pakhuizen met ruimte in overvloed op de
verschillende verdiepingen voor kisten en balen en vaten
en met toestellen om alles naar boven te hijschen. En dan
magazijnen waar van alles te koop was, en kerken met
klokken in de torens, en boerderijen, en bosschen vol
leeuwen en tijgers, maar ook dierentuinen waar men die
verschrikkelijke beesten bekijken kon zonder gevaar te lou
pen van door hen te worden opgegeten, hoewel er voor