Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
„Je niet hebt kunnen nalaten, smoorlijk verliefd op haar
te worden," viel Willem er lagchend tusschen.
„Vergeef me, zóó neem ik de constructie van dien zin
niet voor mijne rekening. Ik wilde er bijvoegen: dat men
dit den ouden heer van ganscher harte vergeeft."
„Zoo, zoo. Dat verliezen van die portefeuille .^ou nog
wel eens tot grooter verliezen aanleiding kunnen geven;
dat mijnheer von Böhm bij voorbeeld zijne dochter ver-
loor," merkte Willem aan.
„Of er een schoonzoon bij won, want daar wil je toch
heen !"
„Pardon , 't is waar, ik dacht een oogenblik niet aan den
persoon van den schoonzoon."
„Dankje, amice, ge zijt een diplomaatje. Op mij hebben
die complimentjes anders geen vat."
De heeren waren nu tot den hoek der Vlamingstraat ge-
naderd , waar beider weg uiteenliep, en zij elkaar de hand
Langs allerlei kanalen.
CHARLES BOISSEVAIN.
Kinderen.
Het was een sombere koude dag. We hadden een vriend
ten grave gebracht, een jongen man van groote gaven en
van wien ieder veel verwachtte. Nooit had de dood ons
nog zoo pijnlijk getrofien en zoo angstig gestemd. Folte-
rend waren de bittere gedachten die verrezen, en 't was
ons koud om het hart.
Van het kerkhof teruggekeerd, trad ik de huiskamer
binnen. Frissche, jonge gezichtjes worden tot mij opge-
heven om gekust te worden, en gelukkige, vroolijke glim-
lachen en levenslustige, zonnige oogen zie ik stralen. Kin-
derstemmetjes, zoet en helder als de tonen der fluit of als
het vallend water der fonteinen, vullen de kamer met
vroolijke muziek , die de somberheid deed wijken en nieuwe
hoop en frisch vertrouwen schonk aan het weemoedig hart.
„Noem nooit den man ongelukkig, die jonge kinderen heeft
om te beminnen," zeide een Engelsch dichter, en in de
meeste gevallen zijn deze woorden juist. Waar kinderen