Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
vrouwen over 't algemeen zeer gelukkig zijn, omdat hare
echtgenooten haar 't huwelijksleven zoo aangenaam en zacht
maken."
„Een complimentje voor de Hollandsche echtgenooten,"
zei Willem opgewonden. „Ge hoort het, Dirk, Wij dan-
ken u, mejufier, en waarlijk, onze hoogste wensch is,
dat ge u in de gelegenheid wildet stellen, om dat bij
ondervinding te kunnen zeggen."
„Kortom, eene huwelijksaanvraag!" riep Gretchen vol
spotternij uit.
„Mijnheer schijnt óók van Amerikaansche zeden te hou-
den merkte Dirk aan , met een gezigt dat vrolijk ver-
beelden moest, doch zoo misnoegd scheen, dat men om
den zonderling zaamgestelden blik bijna had moeten
lagchen.
„Ik moet bekennen, dat het inderdaad interessant en
vooral origineel is, 't denkbeeld van eene declaratie bij
ondergaande zon, te midden van eene ontzaggelijke menigte.
Zoo u deze huwelijksaanvraag in alle opzigten en „selon les
convenances" doen wil, behoort u natuurlijk op de knieën
te vallen: dit verhoogt het aandoenlijke van het tafereel.
Mögt u dan een of andere uit het hoofd geleerde groote
phrase ontrouw blijken, dan zal mijnheer, uw vriend, wel
soufUeur willenzijn."
„Mejufvrouw !" riep Willem op theatrale wijze uit.
„Vergeef me, ik wilde er nog iets bijvoegen. Ge hebt
daar straks de „inconsequentie" in mij gewaardeerd; dit
is natuurlijk voor uwe rekening; doch nu moet ik u tot mijn
spijt bekennen, dat ik nog te „consequent" ben om de
huwelijksaanvraag aan te nemen van iemand, die uit zuivere
galanterie zijne moeder verloochent, en dus om dezelfde
reden het ook zijne vrouw zou doen."
„Bravo!" riep Dirk lagchend uit. „Mijnheer is van de
lijst geschrapt."
„Heeft mejufïer Gretchen dan eene lijst van pretendenten ,
zoo als Leporello er een van don Juan's beminden had ?"
vroeg Willem.
„Noch lijst, noch pretendenten, mijnheer. Fräulein
Gretchen heeft een brutaal mondje , en spreekt soms meer
dan zij misschien mag," zei Gretchen half lagchend, half
ernstig. Zij vond dat die spotternijen nu moesten ophou-
den, en daar de oude heer, na van drie flesschen Hochhei-
nier de grootste hoeveelheid gedronken te hebben, behoor-
lijk was ingesluimerd , en deze 't gesprek, dat hij , misschien