Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
Allengs viel de avond en ging de zon prachtig onder.
Donker grijze wolkjes met schitterende kantlichten ver-
hoogden nog het effect van den licht verblindenden hemel
die trapsgewijze van de vurigste toonen iu gele en groene
schakeringen, en eindelijk in blaauwe en paarschachtige
tinten overging. Hier en daar oefende dit wegslepend natuur-
tooneel toch werkelijk invloed uit, en behalve den ouden
heer von Böhm , scheen 't overige gedeelte van het tafeltje
eenigzins onder den indruk van 't schouwspel.
„Dat verzoent me altijd weer met Scheveningen, wan-
neer de zon zoo prachtig ondergaatzei Gretchen half
peinzend.
„En vooral wanneer men eene Duitsche is," antwoordde
Willem.
„Omdat we daar zoo gemakkelijk niet bij zee kunnen
komen .P" vroeg Gretchen naïf.
„Vergeef mij, mejuffer, eenvoudig omdat ge eene Duitsche
zijt, die toch altijd schwärmerischer en gefühlvoller dan
eene Hollandsche is."
„Och , ik geloof niet, dat dit verschil bestaat, of zoo ja,
dat het zoo groot is," sprak ze met éen allerliefst ongeloo-
vig lachje.
„Vergeef me, ik leidde het af uit uw eigen woorden,
die u straks ten beste gaf over den invloed van de natuur
die den mensch omgeeft; doch 't verheugt me , u op eene
inconsequentie te mogen betrappen, want niets is zoo in-
teressant en pikant als een inconsequent persoon."
„Dat is een prater voor je, hé ? Die staat-je !" viel
de oude even ongevraagd en teleurstellend in , als een
onwetend kind een inktvlak op een begonnen teekening
zou werpen.
Gretchen deed alsof ze haar vaders opmerking niet hoorde ,
en boog lagchend voor Willem.
„Ik zou me niet graag boven de Hollandsche dames ver-
heffen ," hernam zij; „ik hoor, dat zij zeer degelijk en prak-
tisch zijn."
„Dat heb ik ook wel eens gehoord, maar — ondervon-
den — nog niet," antwoordde Willem.
„U bespeurt het, fräulein Gretchen, hij vergeet zijne
moeder voor zijne voorbeeldelooze galanterie; mag dat?"
vroeg Dirk scherp, en schijnbaar blijde dat hij een pittig
woordje had kunnen zeggen.
„Foei, dat is waarlijk te erg," hernam Gretchen. „Doch,
behalve dat, heb ik ook gehoord, dat de Hollandsche