Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
„O jaantwoordde zij, „en ze laten je heel vriendelijk
groeten ook . . . Maar Louise" .... zoo vervolgde ze na
een oogenblik zwijgen, „Louise is ook al net als de rest.
Een uur lang heeft ze wel over ons diner zitten praten.
Ik geloof dat ze ons benijdt dat alles zoo keurig in orde
was. Anders zou ze zeker nooit zooveel aan te merken
gehad hebben."
„Aan te merken?" zei ik met gemaakte verheffing, want
*t geval ging mij persoonlijk maar matig aan, ofschoon 't mij
toch hinderde, dat mijn vrouwtje niet de volle satisfactie
van haar moeite scheen te hebben. „Aan te merken ? Maar
ik bid u, wat dan ? Heeft ze honger geleden ? Heeft ze
niet genoeg van de rumgelei gehad? Hebben ze haar over-
geslagen met de noga?"
„Neen, dat natuurlijk niet. Louise is anders altijd heel
lief, zooals ge weet. Maar ze had 'ter, geloof ik, op ge-
zet om van ons diner^V te praten. Ze gebruikte bij voor-
keur allerlei verkleinwoordjes en trachtte mij tot de be-
kentenis te brengen, dat 't maar heel familiaar, ofschoon
dan een beetje uitvoerig geweest was. Ze zou 't stellig heel
prettig gevonden hebben als ik had willen erkennen dat
'tbij haar laatst veel grootscher geweest is."
„En gij hebt u goed gehouden?"
„Ja. Ik heb niets toegegeven. Ik heb haar 't menu
onder den neus gehouden. Ik heb haar heel in 'tvertrou-
wen verteld wat 't ons gekost heeft. Ik heb haar uitgetart
iets te noemen wat we bij haar hadden en wat niet op
onze tafel geweest is of door iets even kostbaars vervangen,
't Was een groot diner en geen diner^'^."
„Eaad eens," vervolgde ze, „waarin zij toen op 't laatst,
toen ze niets anders vinden kon , haar kracht heeft ge-
zocht?"
„Ja, dat weet ik niet, lieve ! Misschien in de merken
van den wijn , waarover wij ons evenwel ook niet te scha-
men hebben gehad."
„Neen," zei mijn vrouwtje, en ze trok zoo'n komiek boos
gezichtje als ik nooit voor of na dien tijd gezien heb ....
„Er was geen knecht met een zwarten rok en een witte
das bij geweest. (^Trou-ringh voor 't jonge Holland).