Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
lijke beginselen zijn ingeprent, en wien 't barte warm en
eerbiedig klopt voor zijne ouderen, zal zelden of nooit in
de verleidingen der wereld ondergaan; al moge bij zieb
een tijd lang door den stroom laten meeslepen , bij zal, na
de struikeling, krachtiger en vaster opstaan , want hij heeft
zijne mijlpalen niet omvergeworpen en zijn doel voor oogen
gehouden.
Al wensehen we hem ook niet aan u voor te stellen als
model; al bekennen we fluisterend, dat de stalen ringen
van vaders beurs somtijds moesten worden opengeschoven
en soms zelfs het sleuteltje van de groote zwarte porte-
feuille te zijnen behoeve werd omgedraaid; al zijn wij verre,
zijne verdeeling van dag en nacht als de meest wensche-
lijke en ordelijke aan te prijzen , of u zijne wijze van stu-
deeren als de doeltreffendste af te schilderen, en al mogen
we ook betreuren, dat hij soms in den kring van opgewon-
den vrienden de waarheid betoogde der verzen :
„AVer niemals hat ein Rausch gehabt,
„Und auch nicht trinken kann ,
„Der ist fürwahr kein braver Mann
wij evenwel gelooven, dat hij wellicht minder dan menig
andere stille in den lande , gegronde reden tot ergernis of
bekommering gaf, hoe bedenkelijk de oude Heer ook ge-
durig het hoofd schudde over de zonderlinge denkbeelden
en buitensporige gewoonten van zijn eenigen, en vooral —
o toppunt van rechtmatige grieve ! — over het verbeuzelen
van den nuttigen tijd, aan het crayonneeren en schetsen,
aan de muziek en aan het dichten gewijd. — De jongen
bleek onverbeterlijk. „Chassez Ie naturel, il revient au
galop!" en hij werd in het oog zijns vaders en, zoo we
vreezen, dat van velen, de verpersoonlijking van een on-
practisch mensch.
Laat ons evenwel niet de onbillijkheid begaan , den heer
Witpapierus van geheele miskenning van de gaven zijns
zoons te beschuldigen ; hij deed recht aan zijn helder en
vlug oordeel, aan den rijkdom van zijn geest en hij had
zich niet verzet tegen zijn aanleg, hoezeer hij ook be
treurde een opvolger in het kantoor te missen. En voor-
waar, dit getuigde voor beiden, en voor den vader niet
het minst, schaarsch als zulk eene handeling ten onzent
pleegt te zijn. {Chequeriana, door Bernh. Koster Jr.)