Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
JOH. C. ZIMMERMAN.
Een studentenkamer.
Met driftige stappen liep Albreclit Witpapierus zijne kamer
op en neer, de armen op den rug gekruist en het hoofd
fronsend ter aarde gebogen. Onder den echten fez^ wiens
hoogroode kleur hem zeker den bloedigen naam van com-
munist zou hebben gegeven, indien er toen communisten
hadden bestaan, ontsprong het lange, krullende haar in
een overvloed, welke geen goed deed aan den fluweelen
kraag van zijn kort en fantastisch studentenjasje, eene men-
geling van jacht-, gala- en reisrok.
Zonder regelmatig schoon te zijn, had zijn gelaat eene
zoo opene, levendige en schrandere uitdrukking, dat men
zich aanstonds tot hem getrokken gevoelde, en zelfs de
eenigszins spotachtige trekken om de dunne lippen schenen
aan het innemende en goedige van het geheel niet te
schaden, getemperd als ze werden door den vurigen en
bewegelijken gloed dier donkere kijkers, wier aanblik voor
't maagdelijk hart niet zonder gevaar was. Het is waar,
het oog des deftigen censors zou de ijle moustache hebben
gewraakt, welke om de bovenlip krulde, en de lengte en
snede van het haar hebben afgekeurd en wellicht met mis-
noegdheid hebben neêrgezien op den los omgeslagenen
boord, de nauwelijks gestrikte zwarte das en het opbob-
belende overhemd; zou voorzeker met weerzin hebben
gerust op de roode pantoiiels — of alpha en omega elkaar
de hand moesten reiken — en op den turkschen omvang
der beenkleederen; maar het is even waar, dat ze allen
in volmaakte harmonie stonden tot het fantastisch karak-
ter huns dragers, dat zich ook in zijne verdere omgeving
openbaarde.
Het zal u duidelijk worden, wanneer gij een blik werpt
op de schilderachtige wanorde der kamer, die, hoewel oor-
spronkelijk gemeubeld als alle andere en zelfs vrij weelde-
rig gemeubeld — daar de oude heer geëindigd was met
gul te zijn , toen Albrecht toch niet meer in 't ouderlijk huis
wilde blijven — er echter hybridischer uitzag dan menig
atelier. jL)e oppervlakte van het buffet was tot eene étagère
ingericht, waarop bustes en beelden, Aphrodite, Apollo,
Homerus, Bilderdijk, Eaphacl, Byron en Goethe in een-