Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
bezigd. Zij poseerde voor Madonna's, voor Sint Catharina's ,
voor Sint Caecilia's, voor Magdalena's en door de verschil-
lende onderwerpen der heilige kunst heen, duurde het
niet lang of zij zelve was eene Magdalena geworden —zon-
der de boetvaardigheid.
Moreau hield haar bij zich. Zijiie huishouding deed zij
niet, dat liet zij aan de kreupele dienstmaagd over ; maar
zij was altijd in het atelier, waar zij zich, als de schilder
W'erkte , den tijd verdreef met dansen , en het ontwikkelen
van een talent, dat aan deze ongeletterde op zonderlinge
wijze eigen was, het deklameeren van volksliederen en het
improviseeren. Moreau had haar een tamboerijn gekocht
en wanneer zij daarop met lossen zwier der hand spelend,
in bevalligen tarantelladans rondzweefde, te midden der
met schoone vormen en kleuren bedekte wanden , of som-
tijds zangen improviseerde, terwijl de kunstenaar met be-
gaafde hand voortwerkte, wat schitterend tafereel vormden
zij dan , en wat scheen het leven dan heerlijk en benijdens-
waardig schoon !
In de vroolijke bent van kunstenaars van allerlei land-
aard , nu eens op speeltochten, dan bij de gewone samen-
komsten der kunstbroeders in eene villa buiten de stad,
de Villa Gloriosa, was Mona spoedig opgemerkt. Zij kreeg
er het burgerschapsrecht. In dat vrije, wettelooze leven ,
een leven naar instinkt en naar luimen , ontwikkelde zich
Mona's karakter met al de scherpte, al het opbruisende,
die er aan eigen waren. Trotsch was de gevallene Magda-
lena ,' en wie haar het hof maakte zou het lot wedervaren
van dien eenen , wiens vrijheden met een klinkenden slag in
het aangezicht waren ingetoomd. Zoo werd zij geëerbiedigd,
om hare gaven van zang en dans toegejuicht en kreeg zij
zekere overmacht.
Bij de Porta del popoio was een klein theater, waar
Operetten en paskwillen werden vertoond, en toen zij
daar een paar malen was opgetreden , kwam haar roem
uit den kleinen kring der kunstbroeders in den groo-
teren des publieks. Hier leerde zij ook eene nieuwe we-
reld van kunst kennen, die een diepen indruk op haar
ging maken, de kunst der tonen. Die tonenwereld werkte
krachtig op haar prikkelbaar gemoed, dat er soms tot
ekstase door werd opgevoerd , soms aangegrepen en vast-
gekluisterd, en door eene haar onverklaarbare overmacht
werd getemd. Zij had er haar meerdere in erkend. Hier
kwam het talent, dat zij reeds vroeger enkele malen