Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Reeds zooals de Riemer ons dit in 1739 meedeelt, was
de naagsche Eermis toen al minder prachtig en werd ze
met minder staatsie gevierd dan ettelijke jaren vroeger.
De paardenmarkt werd destijds en nog jaren daarna op
den derden Kermisdag in 't Voorhout gehouden. De Kermis
begon op Zondag na Kruisvinding, na Vrijdags te voren
van half een tot een uur met de klok van 't Stadhuis — de
boevenklok zooals Willem de Derde haar noemde —
ingeluid te zijn, en om acht dagen later op Vrijdag weer
uitgeluid te worden. Dit in- en uitluiden der Kermis
placht nog te geschieden tot in de helft der 19^' eeuw,
en bij 't inluiden mochten de Haagsche jongens het klok-
ketouw trekken en kregen ze koek ter belooning. Deze
gewoonte hield dus langer stand dan een ander kermis-
gebruik, het hangen namelijk van een houten kruis aan
de posten van de ophaalbruggen, die toegang tot den
Haag verleenden. Dat kruis strekte ten teeken , dat ge-
durende deze vrije jaarmarkt niemand, die van buiten de
stad inkwam, om eenige burgerlijke schuld persoonlijk aan
gehouden, noch ook zijn goed in beslag genomen kon
{Haagsche EcheUen).
C. VOSMAER.
Mo n a.
In een hoek der romeinsche Campagna, een achttal mijlen
van Rome, lag een dorp, waarvan een der uiteinden in
verspreide huizen in de vlakte uitliep. Op de laatste dier
kleine woningen scheen de volle morgenzon. De dik ge-
smeerde kalklaag, wit-geel en rossig, was met haar sterke
kleur in scherpe tegenstelling met den blauwen , maar door
de tusschentonen der lucht zacht getinten hemel; een ruw
traliewerk stutte en leidde de takken en het donker groene
loof van den vijgeboom tegen het huis, die een heldere
schaduw lieten op den muur, op de posten der deur , en
"Waarschijnlijk omdat de klok ook geluid werd bij de execu-
tien, die naast het Stadhuis plaats hadden.