Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
te zien samenkomen om geschenken te geven en te ontvan-
gen. Al gaf men juist altijd geen dingen van groote waarde ,
ten minste ruilde men verscheiden fraaie beuzelingen, daar
men eenig gebruik van maken kon, en de juffers, gemas-
kerd zijnde, maakten geen zwarigheid de heeren tot dien
vermakelijken handel uit te dagen".
Yan Etfen voegt er bij , dat hij op meer gevorderden
leeftijd de zaken zeer verschillend vond van 't geen zij
vroeger geweest waren. Lieden van fatsoen deden er bijna
niet meer aan, en hij zag niet veel anders geven, dan
met het voornemen om hetgeen men er voor zou ontvan-
gen , te verwerpen, en 't geen men stond te geven , te doen
wegsmijten.
Maar in den bloeitijd van de Haagsche kermis, toen
men op de Zaal op *t Binnenhof schilderijen ten toon ge-
steld en boeken uitgestald zag, werden op het woelige
Buitenhof de kermisgeschenken geruild en veilden daar
de handelaars hun waren in de kramen , geschaard in rijën ,
waarvan de beide middelsten zich uitstrekten van de brug
voor de Stadhouderspoort tot aan het Halstraatje. Daar
stonden onderanderen ook de rijke kramen met zijden stof-
fen , goud en zilver. Op dat Buitenhof vondt ge almede
den Haagschen Schouwburg, waarvan de meester voor
knecht, heer en koning speelt. Onder de Gevangenpoort
.door en langs het met groen begroeid schavot gaande,
komen wij op den Vijverberg, waar een Jan Potage, een
kwakzalver of charlatan, zijn kruidenbalsem aan den man
brengt, terwijl zijn theatergek of spring in 'tveld —
clown zouden wij tegenwoordig zeggen — kluchten ver-
toont. Een lange rij kramen met allerhande waren, en
daartusschen ook koekkramen met „hylikmaker" voor de
kinderen, leidt ons langs den Vijverberg naar 't Voorhout,
waar de spellen staan. Daar krielt het van menschen ,
daar klinkt het: „treedt binnen maar! Twee stuivers de
plaats, en men zal terstond beginnen!" Marri, een Jan
Gras van dien tijd, verkondigt den volke, dat hij zelf
speelt voor den ouden vorst in het prachtige stuk: de
dood van Tancredo. In een ander spel vertoont een koord-
danser zijn kunsten; in een derde zijn een sterke man en
vreemde dieren te zien. De jongens versnoepen hun ker-
misgeld of staan bij het tolletje en trekken vijf voor een —
natuurlijk een loterijspel. Een Scheveninger roept garnaat,
gedroogde schelvisch en schol uit. In een zoetelaarstent
kan de kermisgast, die wat schraal bij kas is, brood met