Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
het is nu Ilaagsche kermis. O, dat men nu zoo, gelijk
een vogel door de lucht, eens kon overvliegen! Jk gaf
er wel honderd duizend gulden, ja twee honderd duizend
gulden voor."
Dit gebeurde op Dinsdag den Mei 1689. Toen
Huygens het volgende jaar, op Vrijdag 12 Mei 1690,
's avonds naar Kensingston gekomen was om er zijn dienst
als 's Konings secretaris te vervullen, begon Willem ook
weer van de Haagsche kermis te praten, en dat dien dag
„de boevenklok geluid had", en hij sprak er van, zegt
Huygens, alsof hij nog graag aan den Haag dacht.
De vrije markt, jaarlijks op een bepaalden tijd gehou-
den , wanneer de kerkmis, dat wil zeggen : het jaarlijksche
feest van de kerkwijding of van den kerkpatroon , gevierd
werd , had in het laatst der eeuw in den Haag in
Juli plaats. De Sint Jacobsdag valt dan ook op den
dier maand , en op Zondag den IS^'"'^ dag in Juli 1394 was
het kermis. Maar deze werd vervroegd: Graaf Willem
de Zesde uit het Boiersche Huis bepaalde, bij privilegie
of octrooi van 9 Mei 1407 > de kermis van acht dagen
vóór Mei tot acht dagen in Mei, en voegde er een paar-
denmarkt aan toe. De Voorschotensche en Valkenbur-
ger paardenmarkten waren destijds reeds bekend en nu
werd elk „in sinen bedrive" uitgenoodigd om „ten Meyen-
daeh" met zijn paarden en andere goederen in den Haag
;e komen.
Behalve die vrije jaarmarkt in Mei werd er in den Haag
log een gehouden op St. Catherinendag, 25 November.
Van beide markten vloeide tol in 's Graven schatkist. De
serste maal vindt men die „marctollen" verantwoord in
L384 ten bedrage van 45 schilden. Zes en twintig jaren
iaarna wordt van de opbrengst der „beiden marctollen*'
gesproken. Deze belasting werd ook later, onder den
laam van „marctpenningen ende straetgelt", geheven van
ie kooplieden, met hunne waar ter markt komende van
juiten den Haag en Haagambacht. Onder die „waar" be-
loorde ook vooral turf.
Als 't kermis was woei van de kapel van den Hove een
•ood-witte vlag en bij de „kercmisse" werd was noch spin-
'.icht gespaard.
De November-kermis werd later op 't eind van September
gehouden en heette toen de St. Baafsch- of Bamiskerniis.
't laatst der 16'^« eeuw werd er de paardenmarkt bijge-
roegd; maar in 1643 werden zoowel de September-kermis