Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
' 22
de vrijlieid te worden. Ik zal u uitzenden in de wereld ,
zooals ik thans reeds dit papieren kind ga doen; — en
hij schikte de bladen, die hij 's nachts geschreven had,
bijeen en ruimde werktuigelijk de boeken en brochures
wat op, waarmede zijne tafel overdekt was, terwijl de
oogen uit het dakvenster aan de overzij, door de scheuren
van een vuil gordijntje heen , nauwlettend iedere beweging
volgden.
Met eene uitdrukking van hoop en voldoening op het
gelaat, maakt hij een pakket van zijn handschrift. Hij ziet
dat werk reeds in duizend huizen, duizend hoofden ver-
vuld met zijne ideeën, duizen handen gereed om voor
zijne ontwerpen te werken, ontwerpen voor een gouden
eeuw — eene herboren maatschappij, want onze auteur is
een wereldverbeteraar.
Hij is geneesheer, ja, maar al de lichaamskwalen, die
de stervel^gen plegen te martelen , boezemen hem zooveel
belangstelling niet in, als de smarten van die groote lij-
deres: de maatschappij ; over haar lijden is het, dat hij
dag en nacht peinst; voor haar is het, dat hij zijn slaap
ten ofier brengt; zijn slaap, en wat niet al meer! Hij
heeft veel bezeten eu veel verloren; en toch is het niet
op eigen winst en verlies , dat hij zint; de groote patiënt
ligt daar voor hem; voor haar alleen zoekt hij een levens-
elixir , eene panacée — en voorshands eenige pijnstillende
middelen.
Om zijne theorieën kracht bij te zetten, voelt hij wel,
dat iets wezenlijks noodig is, iets practisch, iets voorbeel-
digs. De sociale genezing moet volgens degelijke methode
bewerkstelligd worden ; er moet niet enkel geredeneerd —
er moet gehandeld, er moet opgeofferd worden ; en daarom
wilde onze ijveraar niet alleen zijne krachten, zijn vermo-
gen — hij wil ook zijne kinderen geven ; zij moeten eene
incarnatie zijn van zijne leer — zijne belichaamde, zijne
gerealiseerde theorie; zij moeten burgers der toekomst
worden — in hunne zielen wil hij zijne leer schrijven als
op zijn blad. De maatschappij is krank; zij moet gezond
worden, denkt hij — zij heeft levenskracht genoeg in
hare aderen — de leefregel alleen ontbreekt, die haar moet
redden.
Hygiëne (gezondheidsregel) is zijn wachtwoord, en daarom
heeft hij zijn zoon Hygie (gezondheid), en zijne dochter
Hygiëne genoemd.
£n wel mocht hij hem zoo heeten, want de blos der