Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
drie helden der Zwitsersche vrijheid, "Wemer Stauffacher
uit Schwytz, Arnold von Melchthal uit Unterwalden en
Walter Fürst uit Uri, levensgroot afgebeeld op den wand
eener eenvoudige woning. Daar trok het kleine Hütli mijn
oog, aan den voet der Eotsen van Seelesberg, waar het
eerst een drieëndertigtal mannen in de stilte van den nacht
de heilige gelofte deed hooren om vereend voor de vrijheid
te strijden. Ginds groette ik in het al te snel voorbijvaren
de beroemde Tell's Platte; het punt, waar de gevangene
van Gessier met een reuzensprong het vaste land mögt be-
reiken , terwijl zijn krachtige voet het vaartuig des gewel-
denaars terugslingerde in de kokende golven. Straks te
Altorf wist ieder kind de plek ons te wijzen, waar de vader
zijn leven had moeten koopen door het schot, dat zijn
jongske kon treffen en slechts den appel deed vallen. En
of alles moest medewerken om ons in vroeger eeuw in
het midden des volks te verplaatsen, telkens ontmoetten
wij vrouwen en mannen, in eene nationale, deels stijve,
deels bevallige kleederdragt uitgedost, gelijk men weet,
in al die eeuwen niet noemenswaard veranderd-
Zij gingen naar Tell's kapel met een eerbied , niet minder
groot dan waarmede de vrome Muzelman de bedevaart
naar Mekka begint. Inderdaad, uit aUes bleek het ons,
de geschiedenis leeft hier, niet slechts op de lippen, maar
in het harte der natie, als ware zij eerst gister gebeurd!
Wat kon wegslepender zijn , dan herinneringen, die zulke
indrukken wekken ? — Slechts iets wat schooner en groot-
scher nog, maar dat iets was ook geen werk der menschen ,
het was Gods werk in den eigenlijken zin van het woord.
Het natuurschoon der Vierwaldstattersee was en bleef hare
hoogste aanbeveling tot op den laatsten oogenblik, dat ik
hare oevers aanschouwde. Inderdaad, rondom de schilderij
van vaderlandsliefde en heldenmoed die hier voor de oogen
is opgehangen , heeft Hooger hand een weêrgalooze pracht-
lijst getrokken. Men begrijpt het, bij den blik op die
bergen, die rotsen , die klippen, dat in zulk een groote
natuur groote gedachten in heldenharten oprijzen en tot
rijpheid ontkiemen konden. Het is zoo, de kust van het
meer — sla slechts het oog op de kaart — is zeer ongelijk
en gekronkeld. Wie bovenal op eene spoedige vaart is
gesteld , zou minder bogten begeeren, maar wie zich op-
maakt , om op de pracht van Gods werken te letten, klaagt
hier allerminst over tijdverlies, maar ten hoogste slechts
daarover, dat de stoutste tooneelen elkander te snel en