Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
slechts Zwitserland, maar geheel het beschaafd Europa
roem mag dragen. Gij raadt reeds, dat ik spreek van den
leeuw, naar het model van Thorwaldsen, in een steilen
rotswand gebeiteld , tot een aandenken di?r Zwitsers , die ten
jare 1792 in de verdediging der Tuilleriën gesneuveld zijn.
Ik mag mij ontslagen rekenen van breeder beschrijving,
omdat ik vertrouw, dat gij althans de afbeelding kent,
terwijl ik weet dat wie zelfs deze éénmaal gezien heeft,
haar niet ligt vergeten zal. Genoeg, het kunstgenot in den
schoot der heerlijke schepping gesmaakt, trof mij even
diep, als de indrukwekkende, eenigszins sombere plek,
waar zooveel moed en trouw is vereeuwigd. En toen wij
bij het vallen der schemering stadwaarts terugkeerden,
staarde mijn oog met verhoogde ingenomenheid op het
efiene meer, dat eenmaal in zijn' omtrek geen minder proe-
ven van heldenmoed en vrijheidszin zag. Immers — het
was zijn tweede aanspraak op mijne verhoogde belangstel-
ling — de Vierwaldstattersee met hare omgeving droeg
wieg en bakermat der Zwitsersche vrijheid. Eeeds voor
geruimen tijd had ik in den geest mij aan deze oevers
verplaatst bij de herhaalde lezing van Schiller's meester-
stuk, den heerlijken Wilhelm Teil. Ik wist, hoe in deze
streek in den aanvang der veertiende eeuw de grondslag
van het Verbond was gelegd, waaruit de vrijheid van
Zwitserland voortsproot. Ik had mij het geloof aan de
historische waarheid van de hoofdgebeurtenissen uit het
leven van Teil niet laten ontnemen door een sceptische
hyperkritiek , die overal verdichting vermoedt, waar slechts
iets meer dan het alledaagsche vermeld wordt. Gevoelt gij
niet hoeveel aantrekkelijks het moest hebben, op het too-
neel van den worstelstrijd zeiven de gebeurtenissen als het
ware nog eens te doorleven, die men zelfs niet herdenken
kan , zonder onwillekeurig te huiveren ? Het trof mij , bij
het bevaren des meers, hoe onverbleekt en frisch die ge-
stalten van het voorledene nog altijd voor de verbeelding
des volks blijven staan, Eeeds had ik in de nabijheid van
Küssnacht, bij het afdalen door de hohle Gasse, in Tell's
kapelle getoefd, en in den geest mijne hulde aan den
Zwitserschen Brutus ter zelfder plaatse gebragt, waar een-
maal een wisse pijl den snooden Gessier doorboorde. Eeeds
had ik een blik op de ruïnen van Gessler's veste geslagen,
die niet ver van het laatstgenoemde punt zich uit het ge-
boomte verhieven. Maar bovenal de vaart op het meer
zelf bood mij schoone herinneringen aan. Hier stonden de