Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
verloren gegaan was in deze -woning van zonde en dood,
dat wij, naauwelijks aan den oever gestapt, ons de treur-
toonen hoorden tegengalmen eener sombere doodsklok P Zij
wekten in mijn gemoed dien zachten ernst, die het levens-
genot niet vergalt maar verhoogt, en den glimlach der
christelijke opgeruimdheid niet bant, ofschoon hij dien der
ligtzinnige vreugd niet kan dulden.
In zeer talrijk gezelschap werd de reize , per diligence,
van Horgen voortgezet naar het vriendelijk Zug. "Was de
weg over den Horgereck en door het boschrijke Sihldal,
dikwijls oneffen en steil, wij beklaagden het langzaam
stijgen ons niet, daar het ons, die op het bovenste deel
des wagens gezeten waren, de gelegenheid bood om nog
een blik op de pas verlaten streken te werpen, die oog en
hart bleven boeijen. Van Zug, waar gepleisterd werd,
zouden wij per stoomboot naar Arth varen, om van daar
op den Eigi te stijgen. Hoe is het mogelijk, dat men
reizigers aantreft, smakeloos genoeg om te klagen , dat hier
de gedurige meervaarten zoo uiterst eentoonig zijn ? Het
was op dien dag onze tweede, en de Zugersee behoort niet
eenmaal onder de meest beroemde van Zwitserland. En
toch bood zich hier zulk een rijkdom van nieuwe , verras-
sende gezigtspunten aan, dat de uren ons als minuten daar-
heen vlogen. Even bevallig als het Zürichermeer, had dat
van Zug voor mijn gevoel — ik weet geen beter woord —
nog iets gemüthlichers, omdat het minder rijk door weelde
en kunst gestoffeerd was. Tevens bood het mij de gele-
genheid aan , om zoowel den Eigi als den tegenover hem
gelegen Pilatus, dien wij nu met eiken golfslag naderden,
meer van nabij te beschouwen. Daar de dag verder aan
den eersten gewijd zou zijn , besloot ik thans mijne aandacht
meer bepaald op den laatsten te rigten. Hoe schrikwekkend
stond hij daar, zijne zeven hoornen dreigend in de hoogte
verheffend! Inderdaad, het wordt begrijpelijk, .dat de
volkssage hem tot het tooneel van den zelfmoord van Pi-
latus bestemde, en den misdadigen landvoogd, nog na
zijn' dood , in deze omgeving laat spoken. Pilatus, zegt
zij , zal, nadat hij door Caligula in ballingschap was he-
nengezonden, als een andere Kaïn , die den onschuldigen
Abel vermoord had, hebben gedoold en gezworven, tot
hij eindelijk, op dezen bergtop gestegen, als een andere
Judas de handen aan zichzelven geslagen heeft, en in het
meer nabij den top is gestort. jS'og verhaalt het landvolk
onder elkander dat het zijne schim is, die daarboven huist