Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scanScanned page
BIJ DE riTGEVERS DEZES 18 VERSCHENEX :
I>e zesde op nieuw vermeertlerde druk van:
BLOEMEN,
GEGAARD IN DEN LUSTHOF DER VADERLANDSCHE POEZIJ.
In 16', zonder plaatjes. Ingenaaid ƒ1.25; met vier Staalplaatjes,
gebonden in linnen, verguld op sneê, ƒ 2.50.
INHOUD : De Paradijsroos, door Mr. J. van Lennep. — Een Rots, door
J. P. Heijc. — In Aleide's Bijbel, door X. Beets. — Alleen , door Estella
Hertzveld. — Het Haantjen van den toren, door P. A. de Génestet. — Des
Heeren Huis, door J. P. Heije. — De Beroofde Vader, door K. Sybrandi. —
De Redding, door Mr. A. Bogaers. — 's Heeren Woord, door J. P'. Heije. —
Het Kind en de Moeder, door C. W. van der Pot. — De Kleine Plant, door
J. P. Heiie. — Aan een kind, door J. P. Hasebroek. — Bij de Wiege vun
een Kind des Armen, door J. van Beers. — Het Wiegelied der Markerinne,
door J. J. L. ten Kate. — Elegie aan een spelend kini, door B. ter Haar. —
Ouderenvreugd, door H. Asz. Doijer. — Vaderklagt, door ('. G. Withuys.—
Üeen Kinderen, door A. van der Hoop Jrs.Zn. — Houwolycx-pvent, door
Mr. W. Bilderdijk.— De eerste Duizend, door E. J. Potsjieter. — Dc
Jongelingsjaren , door B. ter Haar. — Dc Verlatene, door C. G. Withuys.—
Aan Miranda, door X. Beets. — Het Vogelschieten, door A. C. W."Sta-
ring. — De Spoorwegwachter, door Ant. L. de Rok —Een Misstap,
door J. Brester. — Wijs Klaertjen op 't IJs, door E. J. Potgieter. —
Het Ronde Putjen, door H. J. Schimmel. — Met Schade en Schande,
door P. A. de Génestet. — 't Muist wat van Katten komt, door A. J. de
Buil. — De Kamerjagt, <!oor J. van Oosterwijk Bruijn. — Een Voorstander,
door D. G. — Dc Vijf Winden, door J. Nolet de Brouwerc. — Bede, door
H. Tollens, Cz. — 'tGelukkig Boerinnetje, door P. T. Helvetius van den
Bergh. — Wensch. — Plezier, door H. Binger. — Meisjes en Bloemen,
door G. H. J. Elliot Bnswell. — Jan Willemsen, door C. Honigh. —
Mijne Keus, door G. D. Boerlage. — Tniitje, door Mr. A. Bogaers. —
De Zoekenden, door J. P. Heije. — De Vloek, door Mr. W. Bilder-
dijk. — De Mislukte Kus, door J. van Oostei-wijk Bruijn. — Lief
Eisien, door J. J. L. ten Kate. — Bloode Piet, door W. J. van Zeggelen. —
De Visschende Beiffer, door E. W. van Dam van Isselt.— Jantje, door
B»*». — Indi\idualiteit, door D. G. —Tante Temen, door J. C. Pruy-
mers. — Gezelschap. — De Hoofdige Boer, door A. C. W. Staling. — Het
Kruis op de Heide, door W. J. Hoïdijk. — Da?erijksch Brood, door P. A.
de Génestet. — Het lichtje, door Virginie Loveling. — Wintemvond-
liedje, door H. Tollens, Cz. — Het heidebloempje, door J. P. Heijc.—
De barre rots, door Mr. Is. da Costa. — De Tijd, door C. G. Wit-
huvs. — Het vliegend schip, door J. J. A. Goevemeur. — Ahasverus
door Mr. J. E. Banck. — Het liedje van verlangen, door P. A. de
Génestet. — Zie niet om, door C. P. Tiele. — Vrij , door J. P. Heije.