Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
yan Lobau, hier slechts twee divisiën voetvolk hebbende;
iets regts van die infanterie, stonden nog twee divisiën ligte
ruiterij, dejagers te paard van Domont en de lansiers van
Subervic.
Eindelijk, in eene derde linie, iets ten noorden van
Eossomme, stond die keizerlijke lijfwacht, wier roem onaf-
scheidelijk is van dien des grooten veldheers. Eriant voerde
daar de grenadiers aan, die geduchte krijgsschaar, ver-
eeuwigd door het penseel der schilders en door den zang
der dichters; Morand had het bevel over de jagerdivisie;
Duhesme stond aan het hoofd der jonge garde, bataillons,
brandend van naijver op den roem dier oude knevelbaar-
den , die Egypte*8 zandwoestijnen en de sneeuwvlakten van
Husland hadden aanschouwd. Links van die drie infanterie-
divisiën schaarden zich de grenadiers te paard en de zware
dragonders van Guyot; de andere ruiterdivisie, onder Le-
febvre-Desnouettes, bestond uit de jagers te paard en uit
de lansiers, door Victor Hugo bezongen:
,»Les rouges landers, fourmillant dans les piques,
„Comme des fleurs de pourpre en l'épaisseur des blés."
Eene sterke artillerie, 96 vuurmonden, sloot zich aan
dat voetvolk en aan die ruiterij, en maakte, vereenigd ,
eene keurbende uit, zoo geducht, zoo vreeselijk voor den
vijand, dat zij meermalen, door haar enkel optreden, de
zege had beslist; even als in de dagen, toen Europa ten
prooi stond aan de aanvallen der Halve Maan, in de legers
oer Bajazeth's en der Soliman's, de slagorden der Janit-
saren zoo dikwijls de nederlaag van de heirmagten der
Christenheid beslisten.
Meer dan één ooggetuige heeft van den indruk gewaagd,
welken het schitterende schouwspel maakte van de slagorde
van een zoo sterk en zoo uitmuntend leger; en niet on-
waarschijnlijk is het, dat de fransche keizer door die ten-
toonspreiding zijner strijdkrachten voornamelijk beoogd
heeft, den moed en het zelfvertrouwen zijner troepen te
verhoogen en zijne vijanden met schrik te slaan. Aan den
anderen kant wordt aangemerkt, dat dit in slagorde scha-
ren van het geheele leger — eene handeling, die anders
aan Kapoleons veldslagen vreemd is — veel tijd deed ver-
liezen , en daardoor nadeelig was; had de fransche keizer,
zegt men, den aanval eenige uren vroeger begonnen, dan
had hij den slag ten einde kunnen brengen, vóórdat Blü-