Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
125

Ik wil alles, alles doen; maar mijn Ewald tegen mij ma-
ken , dat kan niet, dat zou mijn dood zijn. Maar ik zie
niet hoe ik er aan ontkomen za . Lieve Heer , Gij alleen
kunt nog uitkomst geven; Gij kunt mij nog redden; Gij
kunt immers alles F Och, ontferm u over mij. Ik hen
zoo bang, zoo verschrikkelijk bang, en mijn hart klopt
zoo. Ik beloof u, dat ik er dankbaar voor zal zijn. Als
ij mij nu maar redden wilt, dan zal ik alles doen wat ik
can om het te verdienen. Maar o! laat mij dan nu ook niet
vruchteloos smeeken ; wijs mij wat ik doen moet, dat die
man niet meer aan Ewald schrijven kan. Want daar ben
ik het bangste voor. Het is heusch niet om het geld,
maar als h ij niet meer van mij hield , dat zou ik niet kun-
nen uithouden. Ik heb hem zoo lief, zoo innig lief.____"
En , als meende zij, dat deze laatste woorden voor den
troon der Liefde het krachtigst moesten pleiten, bleef zij
ze snikkend herhalen, met het hoofdje op de gevouwen
handen gebogen.
Zooals de mensch is, zoo denkt hij zich zijn God.
Had iemand aan dat arme, schuldige kind, dat daar
zoo diep ellendig nederknielde, gezegd, dat een gebed als
het hars een lastering van Gods heiligheid, een bespotting
van Zijn almacht was, zij zou hem met hare groote oogen
ongeloovig hebben aangezien en hem niet hebben begrepen.
Nu, nadat zij op deze wijze om hulp had gevraagd, ge-
voelde zij zich inderdaad een weinig verlicht, als de zieke,
die zooeven een ander middel heeft aangewend en daaruit
nieuwe hoop op genezing put.
(Zijn Zuster^
A. S. C. WALLIS.
(Mejuffrouw Adèle Opzoomee).
Be Beeldenstorm.
Op den veertienden Augiistus 1566 begon bij St. Omer
de beeldstormerij.
Bij de abdij van Welveghem in het Henegouwsche was
een hoop volks, uit de heffe van het gepeupel voortgeko-
men , door de fanatieke rede van eenige ijveraars verhit,