Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
„Ben je nat, Jan ?"
„Ja moeder, wel een beetje."
„Zoo? — Kom dan maar gauw naar binnen en trek den
boel uit." —
„Had je de koffie klaar, moeder?'*
„Neen , nog niet."
„Nou, als 't klaar is wil ik wel een kommetje hebben."
„Dat 'sgoed," zegt moeder, en met dit vooruitzicht
gaat Jan naar binnen. We willen hopen , dat hij niet al
te lang heeft behoeven te wachten . want, een kommetje
koffie — dat had hij wel verdiend. —
AIsTOINETTE.
Ida.
Mijn heldin heeft rood haar. Niet de bruin-roode, of
rood-bruine kleur, die de schilders zoo mooi vinden en
waarvan leeken vertellen dat zij geverfd is, maar juist van
die kleur, welke door de Franschen „couleur de feu" wordt
genoemd. Gaarne zou ik Ida voor die geminachte haar-
kleur een paar donkere , zielvolle , flonkerende oogen geven',
maar die heeft ze nu eenmaal ook niet en als de mate ziel
afhangt van de lichte of donkere kleur der oogen , dan moet
ik zeggen , dat de hare al zeer zielloos waren , want zij
hadden de fletse twijfelkleur, die vaak gepaard gaat met
rood hair. Ida's gelaat is ook vol zomersproeten. Erg
leelijk! Och, niemand was van die waarheid meer over-
tuigd dan zijzelve. Wanneer ze uitging, deed zij meestal
een voile voor — geen witte om te flatteeren! — Een
dichte zwarte, want zij vond het zoo naar als ondeugende
straatjongens wel eens schimpten op de haarkleur, die
Moeder Natuur haar gegeven had.
Zij had zeker bijzondere talenten ? Zij speelde prachtig
piano, zong of schilderde? Neen, wezenlijk niet. Maar
toch had ook bij haar geboorte eene goede fee bij haar
wiegje neergeknield, had Ida een krans om 't hoofdje ge-
wonden en haar twee gaven geschonken, waarvan zij ruim-
schoots gebruik maakte haar geheele leven door.
Die geschenken waren: een edel, echt vrouwelijk hart