Boekgegevens
Titel: De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Deel: 6e stuk Van C.E. van Koetsveld tot A.S.C. Wallis / verz. door J. ten Brink
Auteur: Kampen, Nicolaas Godfried van; Veegens, Daniel; Brink, Jan ten
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1091 J 11 (6)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203664
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bloemlezing uit Nederlandsche prozaschrijvers
Vorige scan Volgende scanScanned page
doorgaans welgezinden jongelieden eigen. Wil niet voor
de eerste maal te veel doen. Al deed het geen ander
nut, zoo zal uw eerste huisbezoek u de zaak een weinig
meer eigen , en het personeel van uwe gemeente een weinig
beter bekend maken. Het kan niet missen, of naderhand
zult gij u een eigen huisbezoek vormen , naar uw karakter
en dat van uwe gemeente. Dan zult gij veilig doen, wat
nu gewaagd wezen zou. En nu, goede reis! Zoek alleen
nog , als het van uwe keus afhangt, een* vertrouwden en
verstandigen ouderling mede te nemen."
Ik keerde naar huis, en was dit maal over mijn* vriend
maar half .voldaan. Ik had meer gewacht en meer gewild,
en de vrees voor het ongewone werk was maar gansch niet
weg genomen.
Op den bestemden dag kwam des morgens mijn ouderling
mij afhalen. Gelukkig was het een mijner beste gemeente-
leden, iemand van goed, gezond oordeel, met de plaatse-
lijke omstandigheden naauwkeurig bekend, vrijmoedig en
toch bescheiden. Met zijne gewone eenvoudigheid onder-
rigtte hij mij omtrent eenige bijzonderheden, die men
gaarne wilde of althans gewoon was, wees mij de gewone
stations aan, waar Dominé met de kofSj of thee werd
gewacht, en ti^akende een enkel huis met een zwarte kool,
omdat vorige predikanten er wel eens onaangenaamheden
hadden gehad: — een heerlijk vooruitzigt, voor mij inzon-
derheid, die in het gevaar zelden beef, maar des te meer
vóór het gevaar ! .
„Gij denkt zeker het dorp zelf in éénen dag af te doen,
Dominé
„Ja, als dat altijd zoo gedaan is."
„Dan mogen wij wel nergens gaan zitten, eer wij bij
"Wijsland komen. Zij wacht ons.'*
„]S"u, goed zoo."
Wij gingen op reis. Ik had mij reeds voor eenigen tijd ,
op raad van Meijerburg, een zakboekje aangeschaft (van
het /o/io-register had ik nog eene sombere gedachtenis !) ,
om daarin de namen van al mijne gemeenteleden en hunne
huisgenooten aan te teekenen. Dit boekje, naderhand
vollediger gemaakt en gedurig bijgehouden , heeft mij dik-
wijls uitnemende diensten bewezen, en wel de eerste bij
dit huisbezoek.
Wij traden bij mijn' naasten buurman binnen , een ach-
terhoudend , onaangenaam mensch , van wien ik nog niet
wist, of hij mijn vriend of mijn vijand was. Er stonden