Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
en die aan de oostzijde bij den horizon zijn pas opgekomen. Ook
kan men dadelijk zien welke sterren voor die plaats eircumpo-
lair zijn.
Vraagstuk XXXII. De hoogte en het azimuth van eene zekere
ster voor eene gegevene plaats op eenen bepaalden dag en een ge-
geven uur te bepalen.
Oplossing. Stel naar het vorige Vraagstuk de globe overeen-
komstig met het hemelgewelf voor de plaats, den dag en het uur.
Bevestig den algemeenen verticaalcirkel in het toppunt. Leg dien
verticaalcirkel langs de ster, dan zal de boog tusschen den alge-
meenen horizon en de ster hare hoogte aangeven, terwijl het snij-
punt van den algemeenen verticaalcirkel en den algemeenen horizon
het azimuth bepaalt.
Vraagstuk XXXIII. Uit de meridiaanshoogte van eene ster,
welker declinatie men kent, de breedte van eene plaats te bepalen.
Oplossing. Dit vraagstuk komt overeen met Vraagst. XVII.
Vraagstuk XXXIV. De breedte te bepalen van eene plaats, als
men op eenen bepaalden dag cn een bepaald uur de hoogte en het
azimuth van eene bepaalde ster gegeven heeft.
Oplossing. Stel dc globe overeenkomstig den gegeven' dag en
het gegeven uur, naar Vraagst. XXXI. Leg den verticaalcirkel langs
het punt in den algemeenen horizon dat het azimuth aanwijst. Be-
weeg nu den algemeenen meridiaan in de sleuf tot dat de ster in
den verticaalcirkel den vereischten hoogtegraad aanwijst, dan zal het
punt in den algemeenen meridiaan, waar de verticaalcirkel uitkomt,
de breedte van de plaats aanwijzen.
Vraagstuk XXXV. Den tijd en de plaats van opkomst voor eene
bepaalde ster te bepalen voor eenen zekeren dag en eene bepaalde plaats.
Oplossing. Stel de globe overeenkomstig het hemelgewelf voor
die plaats en den middag van den gegeven' dag. Stel den uurwijzer
op 12. Draai de globe om hare as tot dat de ster aan den ooste-
lijken kant van den algemeenen horizon komt, dan wijst zij daar
de plaats van opkomst aan, terwijl de uurwijzer het uur van op-
komst aanwijst.
Vraagstuk XXXVI. Als de dag en de breedte van de plaats be-
kend zijn, uit de waargenomene hoogte van eene ster het uur
te bepalen.
Oplossing. Stel, naar Vraagst. XXXI, de globe overeenkomstig
6*