Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-80
Noorden, en zal dus den algemeenen horizon snijden in het pnnt,
waar de algemeene meridiaan dien horizon snijdt. Neemt men nu
van dien ondersten meridiaan af oost- en westelijk meridianen, die
telkens 15° van elkander verwijderd zijn, dan zullen deze meridianen
de schaduwlijnen van de spil op de uren vóór en na den middag
aangeven. Dc snijpunten van die meridianen met den algemeenen
horizon zullen dan de rigting van de schaduwlijn aangeven. Plaatst
men nu bij de opvolgende punten aan dc westzijde van 12 af te
beginnen 11, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4 en aan de oostzijde van 12 af
de getallen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, dan geven deze punten, met
het middelpunt van den bol vereenigd, de rigting van de schaduw
van de spil aan op het horizontale vlak van den algemeenen horizon.
Construeer nu op een plat vlak eenen cirkel zoo groot als de bin-
nenste cirkel van den algemeenen horizon. Trek eene middellijn in
de rigting van den meridiaan, breng op dien cirkel de genoemde
punten van den horizon over, stel uit het middelpunt de stijl zoodanig,
dat hij met het vlak in de rigting van het Noorden eenen hoek
maakt, die gelijk aan de breedte is, dan is de zonnewijzer gereed.
Vraagstuk XXIII. Met behulp van de globe de beweging om
de Zon, en de afwisseling van de saizoenen voor te stellen.
Oplossing. Stel de globe met de pool van de ekliptika in het
toppunt, dan is de algemeene horizon het vlak van de ekliptika.
Maak eenen grooten cirkel. Plaats in het midden van den cirkel
een brandende kaars zoodanig dat de vlam op de hoogte van den
algemeenen horizon komt. Trek in den cirkel eene middellijn, die
van het Zuiden naar het Noorden loopt en eene andere van het
Oosten naar het Westen. Stel in het westelijke pnnt van den om-
trek de globe met de as naar het Noorden, dan zullen de lichtstralen
verticaal op een punt van de linie vallen en beide polen worden
verlicht. In dien stand begint de lente. Brengt men nu de globe
naar het zuidpunt van den cirkel, de pool altijd naar het Noorden
houdende, dan vallen de lichtstralen verticaal op een punt van den
noorderkeerkring. De zuidpoollanden missen het licht. De zomer
begint voor het noordelijk halfrond. — Brengt men nu de globe
naar het oostpunt van den cirkel, met de pool naar het Noorden,
dan vallen de lichtstralen weder verticaal op een punt van de linie.
Beide poleu zijn weer verlicht. De herfst begint voor het noordelijk
halfrond. — Brengt men nu de globe nanr het noordpunt van den