Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-78
komt, dan zal de boog tusscben het oostpunt en de zonsplaats de
amplitude aangeven, terwijl de uurwijzer het uur van de opkomst
der Zon aanwijst. Had men de globe westelijk omgedraaid, tot dat
de zonsplaats aan den westelijken horizon kwam, dan had men
eveneens de avond-amplitude, en den tijd van zonsondergang.
Vkaagsttjk XVI. Voor eene gegevene breedte op eenen bepaalden
dag en op een gegeven uur de hoogte van de Zon eu haar azimuth
te vinden.
Oplossing. Breng de plaats van de Zon voor dien dag, na de
globe overeenkomstig de gegevene breedte gesteld te hebben, onder
den algemeenen meridiaan. Zet den uurwijzer op 12. Draai nu
de globe tot de uurwijzer het gegeven uur aanwijst. Maak den alge-
meenen verticaalcirkel in het toppunt van den algemeenen meridiaan
vast. Leg dien verticaalcirkel langs de zonsplaats, dan is de boog
tusschen de zonsplaats en den horizon de zonshoogte. Het punt,
waar de verticaalcirkel den horizon snijdt, bepaalt het azimuth.
Vraagstuk XVII. De middaghoogte van de Zon is op eenen
gegeven dag gemeten. De breedte van de plaats van waarneming
te bepalen.
Oplossing. Bepaal do zonsdcclinatie voor dien dag, naar Vraagst. XII.
(Voor naauwkeurige bepaling daarvan raadplege men echter sterre-
kundige jaarboeken). Vermeerder of verminder de zonshoogte met
de declinatie, dan heeft men het complement van de breedte der
plaats. (Zie Vraagst. XV).
Vbaagsi. XVIII. Het gedeelte van de Aarde, waarvoor de Zon'
boven den horizon zal zijn, met de Aardglobe voor te stellen, voor
een bepaald uur van eenen gegeven dag op eene zekere plaats.
Oplossing. Zoek, naar Vraagst. XII, de zonsdcclinatie voor dien
dag. Breng den breedtecirkel, die met die declinatie overeenkomt,
in het toppunt. Breng de gegevene plaats onder den algemeenen
meridiaan. Zet den uurwijzer op 12. Verdraai daarna dc globe tot
de uurwijzer het bepaalde uur aanwijst, dan zullen aile plaatsen
boven den algemeenen horizon dag hebben. De plaatsen onder den
algemeenen meridiaan hebben middag. Voor die aan de oostzijde
van den horizon is de Zon op 't puut van onder te gaan en voor
die aan de westzijde is zij opgegaan.
Vraasstuk' XIX. Met de globe aan te toonen dat aan de pool-
cirkels de langste dag 24 uren dunrt.