Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-75
Vraagstuk IV. Het verschil in lengte en dus ook het verschil
in tijd van twee plaatsen te vinden.
Oplossing. Breng eeu der plaatsen onder den algemeenen meri-
diaan. Zet den uurwijzer bijv. op 12. Breng daarna de andere
plaats onder dien meridiaan. Elk uur, dat de uurwijzer verloopen is,
geeft een verschil vau 15° in lengte, en de uren, die hij verloopen
is, geven het verschil iu tijd. Ligt de laatste plaats oostelijker dan
de eerste, dan is het daar later en ligt zij westelijker dan is het
daar vroeger.
Vraagstuk V. Als het op zekere plaatg bekend is hoe laat liet
is, te bepalen hoe laat het op eenige andere plaats zal zijn.
Oplossing. Breng dc plaats, welker uur men weet, onder den
algemeeneu meridiaan en stel den uurwijzer op het gegeveu uur.
(Is het voormiddag aan de oost- en is het namiddag aan de west-
zijde van den uurcirkel.) Breng nu de plaats, welker uur men
vraagt, onder den algemeenen meridiaan, dan zal de uurwijzer aan-
geven hoe laat het daar is.
Vraagstuk VI. Den afstand van twee plaatsen te bepalen.
Oplossing. De afstand vau twee plaatsen wordt natuurlijk op het
oppervlak der Aarde langs eenen grooten cirkel gemeten. Leg den
algemeenen verticaalcirkel over beide plaatsen. Het aantal graden
tusschen die plaatsen zal den afstand doen vinden. Vermenigvuldigt
men dat getal met 20, dan heeft men deu afstand in uren gaans (20).
Vermenigvuldigt men dat getal met 15, dan heeft men den afstand
in geographische mijlen. Vermenigvuldigt men de uren met S j, dan
heeft men den afstand in kilometers (27).
Ook kan men met eenen passer, welks punten binnenwaarts ge-
bogen zijn, de koorde van den bol tusschen die plaatsen meten door
de passerpunten op de beide plaatsen te stellen. Daarna zoekt men
met die passeropening op den aequator twee punten vau gelijken af-
stand , en leest af hoeveel graden tusschen die punten liggen, waarna
de oplossing als boven gevonden wordt.
Vraagstuk VIL Te bepalen in wolkc rigting eenige plaats van
eene gegeveue plaats gelegen is.
Oplossing. Stel dc globe, volgens Vraagstuk I, overeenkomstig
de laatstgenoemde plaats. Maak in het punt boven die plaats den
algemeenen verticaalcirkel aan deu algemeenen meridiaan vast. Draai
nu dien verticaalcirkel om dat punt, tot dat hij over de eerstge-