Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-74
ook de pool van de ekliptika onveranderd blijven, zoo moet de pool
des hemels van het Oosten naar het Westen op eenen afstand van
ongeveer 23°28' van de pool der ekliptika verschoven worden, en
bijgevolg blijft de pool des hemels, die nu nabij de Poolster in den
Kleinen Beer ligt, niet op die plaats, en de hemelglobe moet dus
na verloop vau eenige jaren eene andere as hebben, ten gevolge
waarvan ook de aequator, de meridianen, en de ligging van de tee-
kens van de ekliptika op dien bol moeten veranderen.
Om het gebruik van de Aard- en Hemelglobe te leeren kennen,
volgen hier eenige vraagstukken met hare oplossing.
a. vraagstukken vook be aardglobe.
Vraagstuk 1. Dc globe voor eene zekere plaats overeenkomstig
met de Aarde tc stellen.
Oplossing. Stel dc globe zoodanig dat het Noorden van den
algcmeenen horizon naar het Noorden wijst. Laat de noordpool van
den bol zoo veel graden boven den algcmeenen horizon rijzen als de
breedte van de plaats bedraagt (26), dan zal de as van de globe
evenwijdig aan de as van de Aarde en van het hemelgewelf zijn.
Draai nu den bol om zijne as, tot dat de bepaalde plaats onder den
algcmeenen meridiaan is, dan zal de globe voor die plaats overeen-
komstig met dc Aarde gesteld zijn.
Vraagstuk IL Van eenige plaats de lengte en breedte te vinden.
Oplossing. De breedte van eene plaats kan men op den algc-
meenen meridiaan onmiddellijk aflezen, zoodra men die plaats onder
dien meridiaan gebragt heeft. — Dc lengte wordt afgelezen op den
aequator van den eersten meridiaan of tot aan het punt, waar de
algemeenc meridiaan den aequator snijdt, als dc plaats onder dien
meridiaan gebragt is. — Of ook kan men dc lengte met behulp van
den uurcirkel bepalen. Men brengt daartoe den eersten meridiaan
onder den algcmeenen meridiaan en zet den uurwijzer bijv. op 12. '
Nu brengt men dc plaats, welker lengte gevraagd wordt, onder
dien meridiaan, dan zal de uurwijzer verloopen zijn. Voor elk uur
dat de uurwijzer verloopen is, rekent men 15° lengte (16).
Vraagstuk III. Het verschil in breedte van twee plaatsen te vinden.
Oplossing. Dit vraagstuk wordt naar Vraagst. II opgelost.