Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-73
Eindelijk is de algemeene meridiaan, als de bol met zijne noord-
pool naar de noordzijde van den algemeenen horizon wijst, aan de
bovenzijde zoodanig in graden verdeeld dat bij den aequator 0° en
bij de polen 90° geplaatst wordt. Deze graadverdeeling is geschikt
voor de bepaling van de breedte der plaatsen op den bol, en kan
tevens ter aanwijzing van de declinatie dienen. Aan den onderkant
van den algemeenen meridiaan staat bij den aequator 90°, en zoo
daalt de graadverdeeling tot aau de polen af, zoodat bij elk der
polen 0° te staan komt. Deze [gniadverdeeling is dioustig om de
poolshoogte voor eenige plaats te bepalen.
Nog behoort bij de globe eene smalle dunne strook metaal, die
aan het einde van eene klemschroef voorzien is, om aau den alge-
meenen meridiaan vastgeklemd tc kunnen worden. Deze metaal-
strook op het hoogste punt van den algemeenen meridiaan vastge-
klemd , moet, langs den bol gelegd, reiken tot onder den algemeenen
horizon. Van den algemeenen horizon af tot aau dat hoogste punt
is deze boog, die dan een kwartcirkel is en regthoekig op den
horizon staat, dus een verticaalcirkel. Hij is in 90 graden ver-
deeld, zoodanig dat 0° bij den horizon en. 90° bij het hoogste punt
staat. Deze kwartcirkel kau ouder andereu bij sterrekundige opga-
veu als hoogte-cirkel dienen, eu daar hij om het punt, waar hij
aau den algemeenen meridiaan bevestigd is, draaijen kan, zoo kan
hij van het toppunt naar alle punten van deu horizon verlegd wor-
den , en wordt daarom algemeene verlieaaleirkel genoemd. — De aldus
ingerigte Aardglobe is alzoo tevens dienstig om verschillende vraag-
stukken betreffende de Sterrekunde op te lossen. Om daartoe echter
gemakkelijker te gerakeu, heeft men de hemelglobe, welker inrigting
geheel en al met die van de Aardglobe overeenkomt, doch op wel-
ker oppervlak de groepen der vaste sterren zijn afgebeeld. De as
gaat bij die globe door de beide polen des hemels. — Is eene Aard-
globe eenmaal goed ingerigt, dan is dit werktuig voor alle tijden
voldoende. — Met de hemelglobe is dit niet het geval: want daar
in (41) gebleken is, dat het lentepunt in deu aequator verschoven
wordt, zoo moet de pool van den aequator of de pool des hemels
om de pool van de ekliptika eenen cirkel beschrijven. Het lente-
teeken wordt in den aequator van het Oosten naar het Westen ver-
schoven, of liever de aequator verschuift zijn snijpunt met de eklip-
tika van het Oosten naar het Westen. Dewijl nu het vlak en dus