Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
71.
parallelen. De beide keericnugen op ongeveer 23i graad van den
aequator en de beide poolcirkels op ongeveer 23^ graad vau de
polen zijn mede voorgesteld. — Een groote cirkel, die door het
punt gaat, waar de eerste meridiaan den aequator snijdt, en aan
beide keerkringen raakt, stelt het vlak van den zonsweg voor. Deze
cirkel is van dat snijpunt af te beginnen in 360 graden verdeeld.
Bij het bedoelde snijpunt staat het teeken y van de ekliptika en
van 30 tot 30 graden zijn op dien cirkel de teekens W, Q, 25,
p, ITJ) enz, van de ekliptika aangebragt, om vau maand tot maand
den stand van de zon ten opzigte van den aequator te kunnen na-
gaan. De graden tusschen het punt Y en de plaats inde ekliptika,
waar dc Zon zich bevindt, geven hare lengte aan. De meridiaan-
boog tusschen de zonsplaats en den aequator stelt hare declinatie
voor, eu dc boog op den aequator tusschen bet punt Y en den de-
clinatie-cirkel is liare regte opklimming. — De aldus ingerigte bol
wordt met zijne spil zoodanig in eenen koperen cirkelvormigen ring
gehangen dat die spil middellijn van den ring is. Op een der vlakke
kanten van dien ring is eene graadverdeeling aangebragt. De meet-
kuustigc as van dc spil mo6t in het vlak liggen, waarop genoemde
graadverdeeling voorkomt, zoodat het vlak van die graadverdeeling
den bol juist midden door zal snijden. In dien ring kan de bol om
de as van de spil draaijen, zoodat die riug als meridiaan vcor elk punt
op liet oppervlak der Aarde kan voorkomen, en daarom algemeene
meridiaan genoemd wordt. — De aldus toegeruste bol wordt gedra-
gen door een liouten gestel, dat eenen horizontalen platten ring
draagt. In dien riug, waarin, in de rigting van eene middellijn,
twee gleuven voor den algemeenen meridiaan gelaten zijn, wordt
de bol zoodanig geplaatst, dat de koperen ring of algemeene meri-
diaan verticaal staat, en dat het bovenvlak van den ring den bol
in zijn middelpunt zal snijden. Die platte riug kan dan voor elk
punt op het oppervlak van den bol tot waren horizon dienen, en
wordt daarom algemeene horizon genoemd. — Op dezen algemeenen
horizon zijn eenige cirkels getrokken, welker middelpunten in het
middelpunt van den bol liggen. — Een van die cirkels bevat de stre-
ken vau deu horizon. Bij de punten, waar het vlak vau den alge-
meenen meridiaan dien cirkel snijdt, staan tegenover elkander Noord
en Zuid. Wordt nu de toestel zoodanig geplaatst, dat de lijn, die
de punten van Noord en Zuid verbindt, in de rigting van de niid-