Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-70
op dien dag ligt Cassiopeia boven de pool, de Groote Beer onder
de pool, de Wagenman oostelijk en de Lier westelijk van de pool.
Om 2 ure na middernacht ligt Wega van de Lier onder de pool,
iets oostelijk van den meridiaan.
Om naauwkeuriger dan zulks uit de platen blijken kan, den stand
van sommige sterren te bepalen, voegen wij hier achter eene tabel
voor de declinatie en regte opklimming van eenige der voornaamste
sterren.
6. ÜE HEMEL- EN AARDGLOBE, EN HAAR GEBRUIK
TOT HET OPLOSSEN VAN EENIGE VRAAGSTUKKEN.
49. De Aaro- en Hemelglobe. Om de verschijnselen, die men
op de Aarde en aan het hemelgewelf waarneemt, beter te kunnen
verklaren, dan zulks met platte afbeeldingen of kaarten kan ge-
schieden, heeft men bollen vervaardigd, waarop het oppervlak der
Aarde of het hemelgewelf met zijne sterrebeelden is afgebeeld.
Deze bollen zijn bekend onder de namen van Aard- cn Hemelglobe. —
Op de Aardglobe vindt men dc afbeelding van de landeji, eilanden,
steden enz., ten einde eene juiste voorstelling te geven van de be-
trekkelijke ligging der plaatsen, de betrekkelijke grootte en gedaante
der landen enz. De voorstelling toch door de best uitgevoerde
kaarten blijft bij groote uitgestrektheid der landen onmogelijk: want
het is, zoo als wij nader zullen aantoonen, ondoenlijk eene gebo-
gene oppervlakte volkomen juist op een plat vlak af te beelden.
Door den bol, waarop de oppervlakte der Aarde in genoemden
zin is afgebeeld, wordt, om hem tot het verklaren van eenige reeds
genoemde verschijnselen ea tot het oplossen van eenige vraagstukken
geschikt te maken, een metalen spil gestoken, welker as juist door
de polen der Aarde gaat. — Even ver van beide polen loopt op
het oppervlak van den bol een cirkel, de aequator. — Van 10
tot 10 wordt de aequator gesneden door halve cirkels, die van de
eene pool tot de andere loopen. Dit zijn de meridianen. — Onder
deze meridianen is er een de eerste, en oostelijk en westelijk van
dezen zijn op den aequator de lengtegraden van O tot 180 aangegeven.
Vau 10 tot 10 graden worden de meridianen, van den aequator af,
gesneden door cirkels, evenwijdig aan den aequator. Dat zijn de