Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-69
ekliptika, die als een kromme lijn, welke den aequator snijdt, is
afgebeeld, vindt men eveneens die teekens, en van acht tot acht
dagen is met de bijgevoegde datums de plaats van de Zon in de
ekliptika ten naastenbij aangewezen, zoodat men met behulp van
de plaat hare regte opklimming en declinatie voor eenen bepaalden
dag ongeveer kan bepalen. Boven aan Plaat III vindt men de
namen der maanden en de dagen van het jaar opgegeven. IJezc
datums verschillen een half jaar met de daaronder staandcn van de
ekliptika. Zij dienen om voor eiken dag van het jaar tc middernacht
den stand van het hemelgewelf te duen kennen. — Zoo staat omstreeks
7 December des avonds ten 12 ure Capella van den Wagenman in
den meridiaan. Aldebaran van den Stier ligt iets westelijk van den
meridiaan en Betelgeuse van Orion iets oostelijk, terwijl Rigel in dat
zelfde beold mede in den meridiaan staat. Wil meu nu echter weten,
welke de stand van,het iiemelgewelf opeen ander uur van dien dag
zal zijn, dan telt men voor elk uur vóór middernacht 15° westelij-
ker, en voor elk uur na middernHcht 15° oostelijker. Zoo zal dan
op 7 December, des avonds ten 8 ure, de Ster van Androineda
in den meridiaan staan, zoodat de stand van het hemelgewelf weder
bepaald is. Om 2 ure na middernacht liggen Castor en Pollux in
den Grooten Hond en Procyon in den Kleinen Houd nabij den me-
ridiaan, en Capella is reeds westelijk afgeweken. Wil men voor de
sterregroepen binnen den declinatiecirkel van 50°, bijv. voor het
noordelijk halfrond, den stand van den hemel bepalen, dan zal men
Plaat IV daartoe op gelijke wijze kunnen bezigen. Stelt men zich
met het aangezigt naar de pool des hemels en houdt men de plaat
met de teekening naar het gezigt gekeerd, iets hooger dan het oog,
dan zal men eene afbeelding van de sterregroepen om de pool heb-
ben. Op deze plaat zijn overeenkomstig met Plaat III de graden
van de regte opklimming, de namen en teekens van de ekliptika
aangewezen om haar overeenkomstig met Plaat III te kunnen leg-
gen. De datums in den rand geven aan hoe voor eenigen dag
de stand dier groepen is. Men neemt dan de plaat zoo als straks
aangewezen is, zoodanig dat de datum, voor welken men den hemel-
stand wil kennen, boven is. Men ziet dan dat bijv. op 7 Dec. te
middernacht Capella in den Wagenman in den meridiaan boven de
pool, de Giraffe boven de pool, de Groote Beer oostelijk van de
pool en Cassiopeia westelijk van de pool is. Ten 8 ure des avonds