Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-63
den Gordel van Ürion vormen. Zuidelijk van den Eenhoorn en van
Orion liggen de Groote Hond met de ster van de eerste grootte
Sirins, en daarna de Haas. Ten Zuiden van den Stier begint de
Erjdanusvloed, die naar het Zuiden zich uitstrekt, en westelijk daar-
van ligt de Walvisch. Ten Noorden van den Walvisch en ten Zuiden
van Andromeda vindt men de Visschen, en ten Zuiden van den Wal-
visch volgen van het Oosten naar het Westen de Chemische Werk-
plaats, de Elektriseermachine, de Beeldhouwers Werkplaats. Wes-
telijk van den Walvisch en zuidelijk van de Visschen vindt men den
Waterman, en ten Zuiden daarvan den Zuidelijken Visch met
Eomalhant of Fomahaut, eene ster van de eerste grootte. Westelijk
vau den Waterman ligt de Steenbok. Op dezen volgt de Schutter,
en tusschen den Schutter en Hercules liggen de Stier van Ponia-
towsky en het Schild van Sobiesky. Zuidelijk van Hercules en
westelijk van de genoemde beelden ligt Ophiuchus en iets zuid-wes-
telijk daarvan de Schorpioen met de ster van de eerste grootte Antares.
Op die wijze nu kan men gemakkelijk de meer zuidelijke stcrre-
groepen bepalen. De kennis van het hemelgewelf vordert echter
eene herhaalde beschouwing en vergelijking met goede sterrekaarten
of hemelglobes.
47. AaNWIJZIÏI6 van de voornaamste sterrebeetden op sommise
tijdpunten. Zoo als wij reeds opmerkten verandert door de dage-
lijksche beweging van de Aarde gedurig de stand der vaste sterren
ten opiigte van den horizon, terwijl van dag tot dag die stand
zoodanig verandert, dat op^ een bepaald nur voor alle dagen van
het jaar alle sterren door den meridiaan zullen gegaan zijn in eene
opvolging van het Oosten naar het Westen, en dus even zoo als
zij bij de schijnbare dagelijksche beweging van het hemelgewelf door
den meridiaan gaan. De sterregroepen zullen dus bij ons bijv. op
21 Januarij om middernacht geheel anders ten opzigte van den ho-
rizon voorkomen dan op hetzelfde nur van den zelfden dag van de
opvolgende maanden. Wij zullen daartoe om het herkennen van
eenige sterrebeelden, met behulp der sterrekaarten, op Plaat III
en rV voorgesteld, gemakkelijk te maken, aangeven waar zij zich
op bepaalde tijden aan het hemelgewelf voor ons, of voor plaatsen
van omstreeks 50° nooderbreedte, zullen bevinden.
Op 21 Januarij om 12 uur, op 21 Februarij om 10 uur en op
21 Maart om 8 nur, des avonds: