Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-60
den de sterren naar hare schijnbare grootte. Die van de groot-
te zijn het grootst. Een ongewapend, maar goed oog onderscheidt
nog bij helderen hemel de sterren van de grootte.
Het aantal sterren, die met het bloote oog kunnen waargenomen
worden, bedraagt voor deze streken omstreeks 3000. Onder dezen
zijn er Ié van de 1'*« grootte, 51 van de grootte, 153 van de
grootte, ruim 300 van de é^ie grootte. — De sterren, die met
het bloote oog niet waargenomen kunnen worden, heeten teleskopi-
sche tUrren. — Om de afzonderlijke sterren van eenig sterrebeeld
te kunnen aanduiden hebben de ouden aan eenige bijzonder in het
oog vallende sterren afzonderlijke namen gegeven. De Arabieren
hebben het aantal dier namen vermeerderd. De onmogelijkheid om
aan al de sterren afzonderlijke namen te geven deed een ander mid-
del ter onderscheiding opsporen, en daartoe koos men de letters
van het grieksche alphabet, terwijl men daarbij nog de toevlugt tot
cijfers heeft moeten nemen. De helderste ster van eenig sterre-
beeld wordt doorgaans door a, de volgende door ^ enz. aangewe-
zen. — Van sommige sterren van de eerste grootte volgen hier
de namen.
Noordelijk van den aequator heeft men:
Aluebaran in den Stier,
Capella in den Wagenman,
Beteigeuze in Orion,
Procyon in den Kleinen Hond,
Regulus in den Leeuw,
Arcturus in Boötes,
Wega in de Lier,
Altair in den Arend.
Zuidelijk van den aequator vindt men:
Rigel in Orion,
Sirius in den Grooten Hond (de helderste Ster),
Spica in de Maagd,
Antares in den Schorpioen
Fomalhant in den Zuidelijken Visch,
Aiphard in de Waterslang,
Acarnar in den Eridanus Vloed,
Canopus in het Schip Argo.
Onder de sterren van de tweede grootte noemen wij nog: