Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-55
komen, zoodat het, winterhalfjaar korter moet zijn dan het zomer-
halfjaar, Uit verschil zou echter voor de genoemde excentriciteit
geen 7 dagen kunnen bedragen, maar gedurende het winterhalQaar
is de beweging der Aarde, zooals later blijken zijn, sneller dan in
het zomcrhalQaar. Bewoog zich de Aarde gelijkmatig in hare baan,
daa zon de schijnbare beweging van de Zon in de ekliptika ook
gelijkmatig zijn, wanneer de baan der Aarde een cirkel was, welks
middelpunt ingenomen werd door de Zon. Beweegt zij zich op de
in fig. 26 voorgestelde elliptische baan gelijkmatig, dan zal de schijn-
bare beweging van de Zon in zekeren tijd, bijv. in 24 uren, kleiner
schijnen in het zomerhalfjaar dan in het winterhalfjaar en wel
het kleinst omstreeks 22 Junij en het grootst omstreeks 22 Decem-
ber. Den grootsten afstand van de Aarde tot de Zon noemt men
aphelim en den kleinsten afstand het perihelium. De regte lijn, die
de baan der Aarde volgens het middelpunt der Zon en het middel-
punt van de baan der Aarde snijdt, is de lijn der ahsiden. Zij
maakt met de lijn, die de soUtitiaalpunien vereenigt, eenen hoek van
ongeveer 10°, zoodat de Aarde omstreeks 1 Januarij in het perihe-
lium en omstreeks 1 Julij in het aphelium is. — Al de vroeger ge-
noemde verschijnselen van, de schijnbare beweging der Zon laten zich
dus zeer goed verklaren, als men de beweging van de Aarde om
de Zon in eene ellipsvormige baan laat plaats hebben, zoodat de
waarschijnlijkheid pleit voor do jaarlijksche beweging van de Aarde
om de Zon.
5. BESCHOUWING VAN UEN STERRENHEMEL.
44. SiERKEBEELDEN. Om mct meer gemak, dan zulks anders zou
kunnen geschieden, eenig punt aan het hemelgewelf te kunnen aau-
vvijzen, heeft men in oude tijden de sterren reeds in groepen ver-
deeld , aan die groepen bepaalde namen g;egeven, en sommige sterren
met bijzondere namen bestempeld.
De namen van die sterregroepen, ofschoon geheel willekeurig,
zijn voor een deel ontleend aan sommige natuurverschijnselen, an-
deren dragen den naam van helden der oudheid of van mythologi-
sche personen, en die sterregroepen werden door de levendige ver-
beelding der ouden gehuld in beelden, die met den naam iri over-