Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-51
zius juist. In den loop van eenige jaren is daarin reeds eene be-
langrijke wijziging te bespeuren. De ekliptika behoudt steeds tec
opzigte van het hemelgewelf eenen vasten stand : want de weg, dien
de Zon in alle eeuwen aan den hemel besehreveu heeft, is onver-
anderlijk door dezelfde punten aan den hemel gegaan. De oorzaak
van de plaatsverandering van het lentepunt moet dus in de Aarde
gezocht worden. *
In den loop vau eene eeuw beweegt zich het lentepunt omstreeks
1°23'30' van het Oosten naar het Westen, en dus tegengesteld aan
de beweging van de Zon, die in de ekliptika van het Westen naar
het Oosten beweegt (33), maar in dezelfde rigting als de schijn-
bare dagelijksche beweging der hemelligchamen. Ten gevolge van
die verplaatsing van het lentepunt of van de aequinoctiaalpnnten,
dat is van de snijpunten van aequator en ekliptika, is de breedte
der sterren niet veranderd; maar neemt de lengte der sterren toe.
Daarom noemt men het verschijnsel van de verandering van het
lentepunt den teruggang van het aequinotiaalpmt, of praecessie, dat
is vooruitgang, van de Zon ten opzigte van dat pnnt, omdat de Zon
dit bij hare beweging door de ekliptika jaarlijks iets eerder bereikt.
Wordt nu het lentepunt bij V , fig. 20, van het Oosten naar het Wes-
ten verplaatst, dan zal het achtereenvolgens de punten X,
enz. doorloopen, maar dan moet ook het vlak van den aequa-
tor in dien zin van stand veranderen, en de as PP' van den aequa-
tor zal dien ten gevolge om de as QQ' vau de ekliptika een' kegel-
vlak beschrijven, zoodanig, dat de pool P des hemels om de pool
Q van de ekliptika eenen cirkel beschrijft. — Dewijl nu de eklip-
tika en dus ook haar pool Q niet aan verandering onderhevig is,
zoo moet de pool des hemels en dus de as des hemels van stand
veranderen, en dewijl de as ^er Aarde in de as des hemels ligt,
zoo verandert derhalve de as der Aarde haren stand ten opzigte
van de ekliptika, doch zoodanig dat de hoek, dien zij met de eklip-
I tika of met haar as vormt, bijna dezelfde blijft (30). Als nu het
H lentepunt in 100 jaren 1''23'30" van het Oosten naar het Westen
IJ verplaatst wordt, zoo zal het in omstreeks 26000 jaren de geheele
ekliptika doorloopen. Dit tijdperk heet het Platonische jaar.
De teruggang van het aequinoctiaalpunt heeft echter niet gelijk-
matig plaats, en ook de stand van de as der Aarde ten opzigte
van de as der ekliptilra blijft niet dezelfde. Nu eens nadert de pool
4#