Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-30
half jaar de Zon den horizon rondloopen, zc idat ook hunne schaduw
zich rondom hen beweegt. Zij heeten daarom periskii (van peri
rondom, en skia schaduw).
40. Omdekscheiding van de bewoners der aarde ten opzigte van
elkander naar hünne geographische ligging. De bewoners van
de Aarde kunnen wat hunne aardrijkskundige ligging aangaat onder-
scheiden worden in: ^
1°. bewoners van denzelfden parallel met een tegengestelden me-
ridiaan ,
2°. bewoners van denzelfden meridiaan met tegengestelde breedte,
3°. bewoners van^tegengestelde meridianen met tegengestelde breedte.
Nemen wij een punt uit de noordelijke gematigde zone, dan zal
men de bewoners van denzelfden parallel met een tegengestelden
meridiaan of de perioikii, omwoners (van peri om en oikos woning)
vinden door uit dat punt eene lijn te trekken regthoekig door de
as der Aarde. — Trekt men uit dat zelfde punt eene lijn evenwij-
dig aan de as, dan vindt men de bewoners van denzelfden meridiaan
met tegengestelde breedte. Dit zijn de aniioikii, of iegenwoners
van anti tegen en oikos woiung). — Trekt men verder uit hetzelfde
punt eene [lijn door het middelpunt der Aarde, dan vindt men de
ewoners van den tegen gestelden meridiaan met tegengestelde breedte,
de antipoden of tegenvoeters (van anti tegen en podes voeten). —
De omwoners van eene plaats dus hebben met haar gelijke
breedte, en''gelijke saizoenen, maar verschillen 180° in lengte en
12 uren in tijd. De polen hebben geen omwoners, en van een
punt op de linie zijn de omwoners tevens tegenvoeters.
De tegenwoners van eene plaats hebben met haar gelijke lengte
en gelijk middag, maar hebben eene tegengestelde breedte en ver-
schillen een half jaar in saizoenen. De polen hebben tot tegen-
woners de tegenvoeters, en plaatsen op de linie hebben geene te-
genwoners.
De tegenvoeters van eene plaats hebben eene tegengestelde breed-
te, verschillen 180° in lengte, 12 uren in tijd en een half jaar
in saizoenen.
41. Veranderlijke stand van de as der aarde ten opzigte van
het vlak der ekliptika , teruggang van het aequinoctiaalpunt,
zwenking van de as der aarde. Tot hiertoc beschouwden wij het
lentepunt als een vast punt aan het hemelgewelf, doch dit is eeens-