Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
'45
met in, zoodat bij de Russen en Grieicen de tijdrekening nu reeds
12 dagen bij ons ten achteren is, waarom bijv. 18 Maart naar de
Gregonaamche tijdrekening of den nieuwen stijl, overeenkomt met 6
Maart naar de Juliaansche tijdrekening of den ov.ien stijl.
De verdeeling van het jaar in 12 maanden en de zevendaagsche
weekverdeeling zijn waarschijnlijk van de Aegyptenaron afkomstig.
37. InSOLATEE van de aarde , VERDEELING van haar OPrEKVLAK
IS ZONEN. — De Zon is voor de Aarde de voorname bron van licht en
warmte. Hoe meer de zonnestralen in eene verticale rigting het
aardoppervlak treffen, des te meer wordt daar dc invloed der warmte,
die zij aanbrengen, gevoeld. De invloed van de werking der zon-
nestralen of van de insolatie wordt niet overal gelijk ondervonden,
en dit is een noodzakelijk gevolg van den veranderlijken stand, dien
de Zon in de verschillende maanden van het jaar ten opzigte van
de plaatsen op de Aarde heeft. De Zon beweegt zich (zie 30)
van jaar tot jaar tusschen de keerkringen. Alle plaatsen op de
Aarde tusschen de keerkringen ontvangen dus hare stralen twee
malen in het jaar op den middag in verticale rigting. Eene plaats,
onder een der keerkringen gelegen, kan op den middag de Zon nooit
lager dan ongeveer 43» boven den horizon hebben. De streek tusschen
de keerkringen verkrijgt derhalve, ten opzigte van andere streken
van het aardoppervlak, meer warmte en wordt daarom de heete zone
genoemd. — Staat de Zon aan den noordelijken keerkring, dan zul-
len hare stralen, wegens haren grooten afstand van de Aarde, de
Aarde raken in een punt van den zuidelijken poolcirkel, en om-
gekeerd als de Zon aan den zuidelijken keerkring is, dan zullen
Ivare stralen de Aarde raken in een punt van den noordelijken
poolcirkel. In genoemde standen van de Zon zullen dns de plaat-
sen binnen den zuidelijken poolcirkel, of die binnen den noor-
delijken poolcirkel geheel verstoken zijn van den regtstreekschen
invloed der zonnestralen. De grootste hoogte, die de Zon aan
de poolcirkels bereikt, bedraagt slechts ongeveer 47», terwijl de
geringste hoogte O» bedraagt. De streken binnen de poolcirkels
ontvangen dus de zonnestralen öf zeer scheef bf in 't geheel niet.
Zij heeten daarom de zuidelijke en noordelijke koude zone. — De
streken tusschen den noordelijken keerkring en poolcirkel en tus-
schen den zuidelijken keerkring en poolcirkel hebben de insolatie
iiet geheele jaar door, maar nooit verticaal. Zij worden in tegen-