Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
niet verder daarover handelen. Later zullen wij naauwkeuriger mid-
delen tot tijdsbepaling leeren kennen.
36. Bühgeklijk jaae. De gewone dag wordt, zooals in (34) ge-
zegd is, bij ons gerekend van de laagste culminatie der Zon tot de
volgende, of van middernacht tot middernacht. Een burgerlijk jaar
bevatte bij de Aegyptenaren 365 zulke dagen. Het zonnejaar is ech-
ter (naar 34) gelijk aan 365'i5''48'47",6. — Ten tijde van Julius Caesar
was het duidelijk gebleken dat de stand van de Zon in de eklip-
tika niet op dezelfde datums in de verschillende jaren dezelfde ge-
bleven was, en men stelde, op gezag van Sosigenes, dat het jaar }
dag te kort gerekend was, zoodat in 120 jaren de Zon omstreeks
30 graden in de ekliptika achtergebleven zou zijn. Om dit te ver-
helpen heeft men sedert 45 jaren vddr Christus alle vier jaren een
jaar van 366 dagen gerekend, welk jaar den naam y&n schrikkeljaar,
annus bissexiilis, verkreeg. De op die wijze veranderde jaartelling
wordt naar Julius Caesar de juliaansche periode genoemd. Zij is ook
bekend onder de benaming vau ouden stijl. — Deze juliaansche tijd-
rekening was blijkbaar niet naa'iwkeurig. Het jaar was daarbij
0"11'12",4 of 0,0077824 dag te lang genomen. Dit verschil levert
in 400 jaren ruim 3J- dag. Door het concilie te Nicéa werd be-
paald dat het paaschfeest, waarnaar alle veranderlijke christelijke
feestdagen geregeld worden, gevierd zou worden op den eersten
Zondag, die op de eerste volle maan na den doorgang van de Zon
door het lentepunt volgt. Genoemd concilie werd in het jaar 325
gehouden, en toen stond de Zon den 21=*™ ;Maart in het lentepunt.—
Tn 1582 waren er dus sedert dien tijd 1257 jaren verloopen, znodat
naar de Juliaansche tijdrekening in dien tijd de dagteekening onge-
veer 10 dagen bij den stand der Zon achter was. Paus Gregorius
Xni bepaalde daarom, op aanzoek van den sterrekundige Aloysius
Belins, dat op den 4^™ October 1582 onmiddellijk de 15^^ October
volgen zou, om zoodoende de sedert het concilie van Nicéa ontstane
fout te herstellen. Voorts werd bepaald dat, ter voorkoming vac
een dergelijk verschil, voortaan in den tijd van 4 eeuwen 3 jaren
geen schrikkeljaren zouden zijn, en daartoe werden de laatste jaren
van de eeuw gekozen, zoodat 1600 en 2000 wel, maar 1700, 1800
en 1900 geen schrikkeljaren zouden zijn. Deze Gregoriaansche tijd-
rekening werd achtereenvolgens bij de katholieken en protestanten
ingevoerd, doch de volken van de grieksche kerk voerden hiar nog