Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Oost naar West loopt. Beschrijf uit het snijpunt O, als middelpunt
een kwartcirkel BD en verdeel dien in 90°. Trek OP zoodanig
dat de hoek BOP gelijk zij aan de poolshoogte of breedte van de
plaats, waar de zonnewijzer staan zal, dan heeft men tevens door
dien hoek de rigting, die de uit O op den zonnewijzer gestelde
staaf met OB moet maken, om naar de pool des hemels gerigt te
zijn. Rigt ergens uit E op OP eene loodlijn op, die OB in F
snijdt. Maak FG = EF, beschrijf uit G met GF, als straal, eenen
cirkel, en trek door G eene lijn Hl evenwijdig aan CD. Verdeel
van F af de aangrenzende kwartcirkels ieder in zes gelijke deelen, en
trek de raaklijn KL evenwijdig aan CD. Trek nu uit G door de deel-
punten van den cirkel lijnen naar KL, en uit O door dc snijpunteu
in KL de lijnen, die in de punten I, II, III, IV, V, XI, X,
IX, VTII, VII, zullen uitkomen, dan zijn dit de schaduwlijnen
voor de staaf op de gelijknamige uren. Op den middag valt de
schaduw in de rigting van OG en daarom wordt bij G het getal-
merk XII gesteld. Om zes ure valt de schaduw natuurlijk in de
rigting van Oost of West, zoodat op de lijn CD het getalmerk VI
twee maal geplaatst wordt. Wil men nu nog de schaduwlijnen des
morgens vóór en des avonds na zes ure construeren, dan trckke
men voor de eersten de lijnen van V en IV door, om die van V eu
IV ure des morgens te vinden, en evenzoo verlengt men door O die
van VII cn VIII, om die van VII en VIII ure des avonds te vinden.
Dc inrigting van den verticalen zonntwijzer voor eenen regt op-
staanden muur, welke in de rigting van Oost en West loopt, ge-
schiedt bijna op gelijke wijze als de horizontale zonnewijzer. Alleen
moet de hoek BPO en dus ook de hoek, dien het staafje, dat uit O
evenwijdig aan de as des hemels moet loopen, met het vlak van den
zonnewijzer maakt, gelijk aan het complement van de poolshoogte
of de breedte van de plaats zijn. Het is duidelijk dat bij dezen het
punt O naar boven geplaatst moet worden, terwijl het bij den hori-
zontalen zonnewijzer naar het Zuiden gerigt is. Voorts zal men
inzien, dat bij den verticalen zonnewijzer de morgenuren westelijk
en de namiddaguren oostelijk van G genomen worden, en dat men
des morgens vóór en des avonds na zes ure geene uurlijnen behoeft
te trekken. — Bij alle zonnewijzers wordt natuurlijk eene naauw-
keurige constructie en volkomen juiste stelling vereischt. Wij zullen
eohter, dewijl zij toch altijd gebrekkige hulpmiddelen blijven, hier