Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
4-2
wijl op 11 Februarij de middelbare tijd het meest en wel 0«14'32'
vóór den waren tijd is.
35. Bepaling van den waren tijd door zonnewijzers. Zoodra
men den waren tijd op eenigerhande wijze bepaald heeft, kan men
met behulp van eene tafel voor de tijdvereffening den middelbaren
zonnetijd bepalen. Een der hulpmiddelen, die in het dagelijksche
leven gebruikt worden om den waren tijd te bepalen, is de zonne-
wijzer. De eenvoudigste zamenstelling daarvan is de aequatoriale
zonnewijzer. Deze bestaat uit een zamenstel van twee regthoekig
op elkander gestelde metalen cirkelvormige ringen BC cn AS, fig. 28.
De as AS van BC is de middellijn van den ring ABS. Stelt
men nu op een voetstuk dezen toestel zoodanig dat AS evenwijdig
aan de as des hemels loopt of op de hemelpool gerigt is, dan is
het vlak van BC evenwijdig aan den aequator des hemels. De Zon,
haren dag- en nachtboog aan het hemelgewelf beschrijvende, zal dan in
24 uren ongeveer parallel met BC om de as AS bewegen, en gedurende
de daguren de staaf AS schaduwen doen werpen op den binnenkant
van BC, welke schaduwen van uur tot uur één vier-en-twintigste
deel van den omtrek van BC van elkander verwijderd zullen zijn.
Is dan AS behoorlijk gesteld, dan zal op den waren middag de
schaduw van AS in het laagste punt van den cirkel BC of in de
rigting van den meridiaan vallen. Ligt die schaduw dan bij C,
dan plaatst men binnen in den eenigzins breeden ring BC het ge-
talmerk 12. Van dat punt af verdeelt men den cirkelomtrek in 24
gelijke deelen, en plaatst van 12 af in westelijke rigting de getal-
merken 11, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4 en van 12 af in oostelijke rig-
ting de getalmerken 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 bij de opvolgende
deelpunten. De morgenuren liggen dus aan de westzijde, omdat
de Zon dan in het' oostelijke deel van het hemelgewelf is, en de
avonduren aan de oostzijde, omdat de Zon zich dan in het weste-
lijke deel van het hemelgewelf bevindt.
De inrigting van den horizontalen zonnewijzer berust op dezelfde
gronden. Men moet dan de schaduwlijnen, welke de staaf, die even-
wijdig aan de as des hemels moet loopen, van uur tot uur zal vor-
men, op een horizontaal vlak construeren naar de gronden van de
Beschrijvende Meetkunde. De constructie geschiedt dan aldus: Men
trekt op een vlak bord twee lijnen AB en CD regthoekig door elk-
ander. De lijn -AB zal de middaglijn voorstellen, zoodat CD vaa