Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
met het punt V van de ekliptika gelijk culmineert, 365 zonnedagen,
dan zal in dien tijd de Zon 365 X 3-|"|- of omstreeks 1436 minuten
of 24 uren later culmineren dan het punt V, zoodat 365 zonne-
dagen ongeveer gelijk zijn aan 366 sterredagen.
De tijd, dien de Zon behoeft om bijv. van het lentepunt in den
zonsweg tot dat punt terug te keeren, wordt een tropisch jaar ge-
noemd. Daartoe heeft zij niet 36dag, maar volgens naauwkeu-
rige waarnemingen 365a5"48'47',6 of 365,242218 dagen noodig. —
Gemiddeld zou dan de Zon in één zonnedag in regte opklimming
(als zij van dag tot dag gelijke aanwinst van regte opklimming had)
59'8",33 toenemen. — In een gemiddelden zonnedag doorloopt de
Zon aan het hemelgewelf 360°, zoodat eenig vast punt aan het he-
melgewelf in dien tijd 360°59'8",33 zou doorloopen, en dewijl nu
eene ster in één sterredag ook 360° doorloopt, zoo zal men hebben:
1 sterredag : 1 gemidd. zonnedag = 360° : 360°59'8",33,
1 sterredag = 0,997269 gemidd. zonnedag,
1 gemidd.zonnedag = 1,002738 sterredag, en alzoo is
1 sterredag = 23"56' 4'^09 gemidd. zonnetijd,
1 sterreuur = 0"59'50",168 „
1 gemidd.zonnedag = 24" 3'56',555 sterretijd,
1 gemidd. zonneuur = 1" O' 9",856 „
Hieruit heeft meu nu voldoende gegevens om sterretijd in gemid-
delden zonnetijd en omgekeerd te herleiden.
In het burgerlijke leven is het noodzakelijk dat alles naar zonne-
tijd geregeld wordt. De voortgang van de Zon in de ekliptika en
de toeneming van hare regte opklimming is niet regelmatig, zoodat
hieruit gereedelijk volgt dat de tijd tusschen twee opvolgende cul-
minatiën van de Zon, of de tijd, die er tusschen den waren middag
van eenen dag en dien van den volgenden dag verloopt, niet altijd volko-
men gelijk kan zijn, en dat dus alle zonnedagen niet even lang zijn.
Uit het aangevoerde en uit de tabel voor de regte opklimming blijkt
duidelijk dat de zonnedagen omstreeks het zuidelijke solstitium lan-
ger zijn dan omstreeks het noordelijke solstitium. — De tijd, welke
tusschen twee opvolgende cnlminatiën verloopt of de ware zonnedag
wordt in 24 gelijke deelen of zonne-uren verdeeld. Zijn nu de zonne-
dagen niet even lang, dan zijn het de zonne-uren even min, zoodat
een uurwerk, dat volkomen geregeld gaat, wel den sterretijd, maar
nooit den waren zonnetijd kan aanwijzen. — Om echter in dezen.