Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Dewijl rerder de Zon niet juist in 365 dagen de ekliptika door-
loopt, maar daartoe ongeveer 365| dag noodig heeft, zoo is het
duidelijk, dat zij op denzelfden dag van twee opvolgende jaren niet
juist in hetzelfde punt van de ekliptika zal zijn. Als dan, om slechts
eene ruwe berekening hiervan te geven, zoo als ook uit de tabel
blijkt, de lengte van de Zon in één dag omstreeks 59 minuten toe-
neemt, zoo zal dit in i dag rnim 14 minuten bedragen, zoodat
hare lengte na een jaar van 365 dagen omstreeks 14 minuten min-
der zal zijn dan op denzelfden datum van het vorige jaar. En hier-
uit volgt dan ook, dat op de gelijke datums van verschillende jaren
de reetascensie en declinatie niet dezelfden kunnen zijn, en dat al-
zoo lengte, rectascentie en declinatie van de Zon aan eene jaarlijksche
verandering onderhevig zijn, waarom die, voor eenige jaren vooruit
berekend, in de Sterrekundige Jaarboeken worden opgegeven.
34. Ware en middelbaee zonnetijd. Wat sterretijd is, hebben wij
in (16) gezien. In het burgerlijke leven regelt men zich echter niet
naar sterre- maar naar zonnetijd. — Er bestaat verschil in sterretijd
en zonnetijd. — De sterredag toch begint (16) als het lentepunt
culmineert, terwijl de zonnedag begint, als de Zon door haar laagste
culminatiepunt gaat, of te middernacht, zoodat haar hoogste culmi-
natie den middag aangeeft. — Overeenkomstig met de berekening
van den sterretijd rekenen ook de sterrekundigen den zonnedag van
middag tot middag, en tellen alzoo 24 uren achter elkander. Zoo is
voor de sterrek. berekening:
1 Januarij O uur =
4
„ „ 6
12 „ =2
„ 20
„ 24
voor het burgerlijke leven;
Januarij 12 uur (middag)
namiddag.
4
6
O
8
12
(middernacht.)
voormiddag^
(middag).
Dewijl de Zon in de ekliptika van het Westen naar het Oosteu
voortgaat, zoo moet zij eiken dag later culmineren dan eene ster,
die den vorigen dag met haar gelijk door den meridiaan ging. Dewijl
die voortgang dagelijks omstreeks 59 minuten bedraagt, zoo zal zij
ongeveer 3 minuten en 56 seconden (16) later culmineren dan eenige
vaste ster, met welke zij op den vorigen dag gelijk door den meridiaan
ging, zoodat een zonnedag ongeveer 3 minuten en 56 seconden lan-
ger is dan een sterredag. Tellen wij na 21 Maart, wanneer de Zon