Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
de ZoE ongeveer SS'iS' noordelijke declinatie. Als nu het punt
niet evenveel zuidelijke declinatie 12 uren na de Zon culmineert, dan
is de Zon in het punt Sc- — Omstreeks 21 Julij heeft de Zon eene
noordelijke declinatie van omstreeks 20°30'. Als nu 12 uren na haar
liet punt met evenveel zuidelijke declinatie culmineert, dan is de
Zon in het punt Q. — Zoo heeft de Zon ook achtereenvolgens omstreeks
21 Augustus, 23 September, 21 October, 21 November, 21 December,
21 Januarij, 21 Februarij en 21 Maart, respectievelijk tot declinatie
ongeveer 12»20' noordel., 0°, 10°30' zuidel., 20» zuidel., 23°28-
zuidel., 20° zuidel., li» zuidel. en 0°. Als nu 12 uren na de Zou
op die datums punten X, "V, V, D, 25, (l, ÏÏP en met eene even
groote maar tegengestelde declinatie culmineren, dan is de Zon op die
datums achtereenvolgens in de punten np, , ïïl, , , Si; en x,
urelke tegenover de eerstgenoemden liggen. Werkelijk ziet men ook
van maand tot maand te middernacht andere sterren culmineren, en
de groepen van die sterren volgen elkander geregeld op in eene
rigting, die van het Westen tot het Oosten g^at, zoodat eenester,
die bijv. op 21 Maart om middernacht culmineert, omstreeks
21 April reeds omstreeks 10 ure des avonds culmineert, en dus
te middernacht reeds omstreeks 2 uren geleden door den meri-
diaan gegaan is. De sterrengroepen, die op den 21''en van de op-
volgende maanden te middernacht culmineren, volgen elkander gere-
geld in de opgenoemde rigting op, om jaarlijks op nieuw in de-
zelfde volgorde in dezelfde maanden te culmineren, zoodat ook de
Zon geregeld in dezelfde rigting als het ware door al die
sterregroepen haren weg aan den hemel beschrijft, en dus door die
sterregroepen van het Westen naar hét Oosten schijnt voort te
bewegen.
30. Eklipiika, Aequinociiiaalpvnten, Solsiitien, Keebkriïj-
GEN. De weg, dien de Zon aan het hemelgewelf beschrijft,
snijdt den aequator des hemels den 21 Maart en den 23 Sep-
tember. Den 22 Junij heeft de Zon de grootste noordelijke en den
22 December de grootste zuidelijke afwijking. De declinatie op
andere dagen van het jaar toont aan dat de Zon aan het hemelge-
welf eenen cirkel moet beschrijven, welker vlak met het aequato-
riaalvlak eenen ^hoek van omstreeks 23j graad, of liever van onge-
veer 23»27'30' maakt. Die cirkel, welken het middelpunt van de
Zon aan het hemelgewelf beschrijft, beet eilt/iM-a of zonsioeg, en