Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
vrij vallend ligchaam g = 9,78 el is (28,2°), dan is de lengte van
den secondeslinger
=0,99092 el,
welke waarde voldoende met de bovengenoemde, proefondervindelijk
bepaalde overeenstemt.
Is nu te Stockholm de lengte van den secondeslingcr 1' en de
versnelling van een vrijvallend ligchaam g', dan heeft men naar het
bovenstaande
l:l' = g:g'.
Stockholm is echter, ten gevolge van de afplatting der Aarde, digter
bij het middelpunt der Aarde dan eene plaats onder de linie. Nemen
wij de afplatting gelijk dan zal Stockholm ongeveer digter
bij het middelpunt der Aarde moeten liggen dan eene plaats onder
dc linie, en volgens bovengenoemde stelling hebben wij dus:
g : g' = (1 — : r of, ongeveer
g:g'= I — : 1 = 22é : 225, zoodat ook
■ 1:1' 224: 225 zal zijn.
Indien nu de lengte van den secondeslinger onder de linie
I 0,99092 el is, dan zal de lengte van zoodanigen slinger te Stock-
holm moeten zijn
1' = |f|l = 0,99534 el.
Deze waarde is echter blijkbaar te groot, dewijl de asbeweging
der Aarde buiten rekening gelaten is.
Nemen wij de asbeweging aan, en stellen wij dat de Aarde bol-
rond is, dan wordt, zooals reeds in (28,2°) gebleken is, door de mid-
delpuntvliedende kracht de versnelling der zwaartekracht verminderd,
zoodat die onder de linie 0,0336 el minder is, dan zij bij eene
stilstaande Aarde zou zijn. Op eene plaats tusschen de polen en de
linie maken de versnelling van het middelpunt en de versnelling van
de zwaartekracht eeno resultante, die de versnelling voor de vrijval-
lende ligchamen of g oplevert, zoodat voor eene breedte van a gra-*
den, waar 1' de lengte van den secondeslinger is, als 1 de lengte
van dien slinger onder de linie voorstelt, gevonden zal worden:
1' 1 -1- -1 sin'«, (•)
(♦) Oef. en Vraagst, over de dc Natuurkunde, bladz. 40 en 43.